FR
39
Grundeinstellung der Fadenspannung: "4".
Um die Fadenspannung zu verstärken,
den Verstellknopf auf die nächst grössere
Zahl drehen. Um die Fadenspannung zu
lösen, den Verstellknopf auf die nächst
kleinere Zahl drehen.
A
.
Oberfadenspannung normal (A1).
B. Oberfadenspannung zu schwach Wert
erhöhen (C1).
C. O
berfadenspannung zu stark Wert
verringern (B1).
Hinweis:
In der Fabrik wird die Fadenspannung
optimal eingestellt. Dafür werden sowohl
in der Spule wie auch als Oberfaden
Polyesterfäden der Stärke 100/2
eingesetzt. Beim Verwenden von anderen
oder verschiedenen Nähfäden können
Abweichungen in der optimalen
Fadenspannung entstehen. Deshalb
ist es notwendig, die Fadenspannung
dem Nähgut und dem gewünschten
Stichmuster anpassen zu können.
Réglage de base de la tension du l: "4".
Tourner le disque (chiffre supérieur) pour
augmenter la tension du l. Tourner le
disque (chiffre inférieur) pour réduire la
tension du l.
A
.
Tension du l supérieur - normal (A1).
B. Tension du l supérieur - trop faible,
augmenter la valeur (C1).
C. T
ension du l supérieur - trop
importante, réduire la valeur (B1).
Remarque:
La tension a été parfaitement réglée en
fabrique avec des ls Metrosene 100/2
dans la canette et pour le l supérieur.
Pour obtenir un bon résultat avec d'autres
ls, il est éventuellement nécessaire de
modier les réglages de la tension du l.
Il est donc essentiel de toujours effectuer
u
n
e couture d'essai pour adapte la tension
du l au tissu, motif de point et l utilisés.
DE
Oberfadenspannung
NL
Bovendraadspanning
Basisinstelling van de draadspanning: "4".
Draai de instelknop naar het volgende,
grotere getal om de draadspanning te
vergroten. Draai de instelknop naar het
voorafgaande, kleinere getal om de
draadspanning te verminderen.
A. Bovendraadspanning normaal (A1)
B. Bovendraadspanning te laag -
instelling verhogen (C1)
C. B
ovendraadspanning te hoog -
instelling verlagen (B1)
Attentie:
In de fabriek werd de draadspanning
optimaal ingesteld. Hiervoor werd zowel
in de spoel als ook voor de bovendraad
sp
eciaal naaigaren (Metrosene 100/2)
gebruikt. Bij het gebruik van ander of
verschillende garens kunnen afwijkingen
op de optimale draadspanning ontstaan.
Derhalve is het noodzakelijk, de
draadspanning aan het naaiwerk en de
gewenste steek te kunnen aanpassen.
Tension du l supérieur