NL 101
GEBRUIK
➀ AAN/UIT-toets, gebruikt om het apparaat aan/uit te zetten.
➁ Mode-toets, wordt gebruikt om de koelkasttemperatuur te selecteren of de speciale
functies.
➂ Pictogram voor superkoelen, laat zien of de functie is geactiveerd.
➃ Temperatuurniveaus, geven aan welke temperatuur geselecteerd is.
Gebruik
• Steek de stekker van het apparaat in het stopcontact. Het apparaat wordt automatisch
ingeschakeld.
• De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 4°C in de koelkast en
-18°C in de vriezer.
• Om de temperatuur te wijzigen, met de koelkastdeur open, drukt u op de Mode-toets.
Wanneer de instelling toeneemt, gaat het bijbehorende ledlampje branden. Elke keer als
de Mode-toets wordt ingedrukt en de temperatuur wordt veranderd klinkt een hoorbaar
signaal.
• Bij stroomuitval wordt het laatst ingestelde koelniveau hersteld.
• Om de standaardinstelling te herstellen, houdt u als het scherm verlicht is de TEMP-toets
ingedrukt en drukt u daarna in 5 seconden 5 keer op de aan/uit-toets.
• Bij normale bedrijfsomstandigheden (in het voorjaar en de herfst) wordt aanbevolen de
temperatuur in te stellen op 4°C. In de zomer, wanneer de omgevingstemperatuur hoog
is, wordt aanbevolen de temperatuur in te stellen op 6~8°C om de koelkast- en de
vriezertemperatuur te garanderen en de continue productieve tijd van de koelkast te
verlagen. In de winter, wanneer de omgevingstemperatuur laag is, wordt aanbevolen de
temperatuur in te stellen op 2~4°C om frequent starten/stoppen van de koelkast te
voorkomen.
➂ ➃