55
INSTALLATIE
WAARSCHUWINGEN:
• Installeer het apparaat niet in een vochtige of natte locatie gezien dit de
isolatie kan aantasten en lekken kan veroorzaken
Bovendien kan aan de buitenkant ervan condensaat zich opstapelen
• Plaats het apparaat niet in een buitenomgeving of in de buurt van
warmtebronnen of blootgesteld aan direct zonlicht.
Het apparaat werkt correct binnen de onderstaande
omgevingstemperaturen:
+10 +32’C voor klimaatklasse SN
+16 +32’C voor klimaatklasse N
+16 +38’C voor klimaatklasse ST
+16 +43’C voor klimaatklasse T
(Zie het typeplaatje van het product)
• Plaats geen containers met vloeistoffen bovenop het apparaat.
• Wacht minstens 8 uur na de uiteindelijke installatie voor u het apparat in
werking zet.
Elektrische aansluiting
Plaats het apparaat na levering verticaal en wacht minstens 8 uur voor u het
aansluit op de stroombron. Vooraleer de stekker in het stopcontact te steken,
moet u ervoor zorgen dat:
• Het stopcontact moet geaard en in overeenstemming met de wet zijn.
• Het stopcontact moet bestand zijn tegen de max stroombelasting van het
apparaat, zoals aangeduid op het typeplaatje van de koelkast.
• De voedingsspanning ligt binnen de hoeveelheden aangeduid op het
typeplaatje van de koelkast.
• Het snoer mag niet gevouwen of samengedrukt zijn.
• Het snoer moet regelmatig gecontroleerd worden en mag uitsluitend
worden vervangen door bevoegde technici.
• De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af wanneer deze
veiligheidsmaatregelen niet gerespecteerd worden.
Apparaat opstarten
Verwijder alle omhulsels/verpakking aan de binnenkant van het apparat en
reinig met water en bicarbonaat of een neutrale zeep.
Wacht na de installatie 2-3 uur zodat de koelkast/diepvriezer de tijd krijgt om
te stabiliseren bij een normale bedrijfstemperatuur, vóór u er verse of
ingevroren levensmiddelen in plaatst.
Als het netsnoer losgekoppeld geraakt, wacht dan minstens vijf minute voor u
de koelkast/diepvriezer herstart. Op dit punt is het apparaat klaar voor
gebruik.
WERKING
In-/Uitschakelen (geen display)
• De thermostaat voor de regeling van het apparaat bevindt zich binnen in
het koelkastgedeelte (Afb. 1).
Draai de thermostaatknop van de thermostaat verder dan de positie "0".
Het licht brandt wanneer de koelkastdeur open is. De knop naar "0" draaien,
schakelt het apparaat volledig uit.
Temperatuurinstelling (geen display)
•De temperatuurinstelling van koelkast gebeurt door de thermostaatknop te
draaien (Afb. 2).
Selecteer de gewenste positie:
• Voor een koudere temperatuur in de koelkast en in de diepvriezer, door te
draaien naar 5.
• Voor een minder koude temperatuur in de koelkast, door te draaien in de
richting van OFF.
• Om het vochtverlies van fruit en groenten te verminderen, moeten ze
omwikkeld zijn in plastic materialen zoals folies of zakjes en dan in het
fruit/groentegedeelte worden geplaatst. Op deze manier wordt een snelle
verslechtering vermeden.
KOELKASTZONE
Indicator van de temperatuur in de koudste zone (niet alle
modellen)
Sommige modellen zijn uitgerust met een indicator van de temperatuur in het
koelgedeelte in de koudste zone, zodat u de gemiddelde temperatuur kunt
controleren.
Dit symbool geeft de koudste zone van de koelkast aan (Afb. 5).
Controleer dat het woord OK duidelijk wordt weergegeven op de
temperatuurindicator (Afb. 6).
Als het woord niet wordt weergegeven, betekent dit dat de temperatuur te
hoog is: zet de temperatuur op een koudere instelling en wacht ongeveer 10
uur.
Controleer de indicator opnieuw: pas opnieuw aan indien nodig.
OPMERKING:
Als grote hoeveelheden voedsel in de koelkast geplaatst worden of de
koelkastdeur vaak geopend wordt, is het normaal dat de indicator geen OK
weergeeft. Wacht minstens 10 u voor u de knop naar een hogere instelling
zet.
PRAKTISCHE AANBEVELINGEN
Plaats het voedsel op de plateaus op een homogene manier zodat de lucht
goed kan circuleren en het kan afkoelen.
• Vermijd contact tussen het voedsel en de achterwand van het koelgedeelte.
• Zet geen warm voedsel in de koelkast gezien dit een verslechtering van
ander voedsel kan veroorzaken en het stroomverbruik kan verhogen.
• Verwijder de verpakking van voedsel voor u het in de koelkast plaatst.
• Plaats geen schotels of andere containers tenzij ze eerder afgewassen zijn.
• Blokkeer de koude lucht ventilatoropeningen niet met voedsel.
• Bedek de glazen plaat van het groentevak niet om een geode luchtcirculatie
mogelijk te maken.
• ln het geval van een langere stroomuitval, houd de deuren gesloten zodat
het voedsel zo lang mogelijk koud blijft.
• De installatie van het apparaat op een warme en vochtige plaats, met
frequente deuropeningen en het bewaren van grote hoeveelheden groenten,
kan de vorming van condensaat veroorzaken en de prestaties
van het apparaat zelf aantasten.
• Om een buitensporig stroomverbruik te voorkomen, is het raadzaam de
deuren niet te lang open te laten.
ONTDOOIEN
Ontdooien van het koelgedeelte
Tijdens een normale werking wordt de koelkast automatisch ontdooid.
Het is niet nodig om de druppels water op de achterwand te drogen of om
het ijs te verwijderen (afhankelijk van de werking).
Het water wordt afgevoerd naar de achterkant via het afvoergat daar en de
hitte van de compressor doet het verdampen.
• Houd de afvoerbuis (Afb. 8) proper in het koelgedeelte om het vrij van
water te houden.
BEWARING
• Voor een optimale conservering van smaak en geur, voedingswaarde en
versheid van de voedingsmiddelen, wordt aanbevolen deze zoals aangegeven
in afb. 6 te bewaren in het koelgedeelte. Wikkel de voedingsmiddelen in
aluminiumfolie of plasticfolie, of in speciale dozen met deksel om
kruisbesmetting te voorkomen.
KOELGEDEELTE
Fruit/Groenten
Positie Condities
1-2
Zomer of
omgevingstemperatuur tussen
25-35°C.
3-4 Lente, herfst of
omgevingstemperatuur tussen 15-
25°C.
5 Winter of omgevingstemperatuur
tussen 5-15°C.