Tabel III Verklaring van de fabrikant inzake elektromagnetische immuniteit – niet-levensondersteunend
25
Model 82-3190 is bestemd voor gebruik in elektromagnetische omgevingen zoals hieronder beschreven. De afnemer of de gebruiker van
model 82-3190 dient zich ervan te verzekeren dat het systeem in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
Immuniteitstest IEC 60601 testniveau Compliantieniveau Elektromagnetische omgeving: richtlijnen
Geleide RF
IEC 61000-4-6
Uitgestraalde RF
IEC 61000-4-3
3 V RMS
150 kHz tot 80 MHz
3 V/m
26 MHz tot 2,5 GHz
3 V RMS
3 V/m
Draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur mag
niet worden gebruikt op kortere afstand van enig onderdeel
van model 82-3190 (inclusief kabels) dan de aanbevolen
scheidingsafstand berekend uit de vergelijking die van
toepassing is op de frequentie van de zender.
Aanbevolen scheidingsafstand:
d = [3,5/v1]
d = [3,5/E1]
80–800 MHz
d = [7/E1]
800 MHz – 2,5 GHz
waarbij P de maximale uitgangsvermogenswaarde van
de zender is, uitgedrukt in watt (W), volgens opgave van
de fabrikant van de zender, en waarbij d de aanbevolen
scheidingsafstand in meters is.
De veldsterkte van vaste RF-zenders, bepaald
middels een elektromagnetisch werkplekonderzoek
a
,
moet lager zijn dan het compliantieniveau in de
afzonderlijke frequentiebereiken
b
.
Dit symbool geeft aan dat in de nabijheid van daarmee
gemerkte apparatuur interferentie kan optreden:
(niet-ioniserende elektromagnetische straling)
a
De veldsterkte van vaste zenders, zoals grondstations voor radio, (draadloze) telefoons, landmobiele radio’s, amateurradiozenders, AM- en FM-
radiozenders en TV-zendstations kan niet langs theoretische weg nauwkeurig worden voorspeld. Voor beoordeling van de elektromagnetische
omgeving in samenhang met vaste RF-zendinstallaties moet een elektromagnetisch werkplekonderzoek worden overwogen. Indien de gemeten
veldsterkte in de ruimte waarin model 82-3190 wordt gebruikt het bovenstaande toepasselijke RF-compliantieniveau overschrijdt, moet worden
geverifieerd of model 82-3190 normaal functioneert. Indien abnormale werkingen worden waargenomen, kan het nodig zijn aanvullende maatregelen
te treffen, zoals een andere oriëntatie of locatie voor model 82-3190.
b
In het frequentiebereik 150 kHz tot 80 MHz moet de veldsterkte lager zijn dan [v1] V/m.
N.B. 1: Bij 80 MHz en 800 MHz is het hoogste van de vermelde frequentiebereiken van toepassing.
N.B. 2: Deze richtlijnen zijn niet noodzakelijkerwijs in alle omstandigheden van toepassing. Overdracht van elektromagnetische energie wordt
beïnvloed door absorptie en reflectie van constructies, voorwerpen en mensen.
Tabel IV Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en model 82-3190 – niet-
levensondersteunend
Model 82-3190 is bestemd voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde storingen worden beheerst. De afnemer of
gebruiker van model 82-3190 dient ervoor te zorgen dat het systeem in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
Max. uitgangsvermogen (watt) Scheidingsafstand (m)
150 kHz tot 80 MHz
d = [3,5/v1]
Scheidingsafstand (m)
80 tot 800 MHz
d = [3,5/E1]
Scheidingsafstand (m)
800 MHz tot 2,5 GHz
d = [7/E1]
0,01 0,11667 0,11667 0,23333
0,1 0,36894 0,36894 0,73785
1 1,1667 1,1667 2,3333
10 3,6894 3,6894 7,3785
100 11,667 11,667 23,333
205181-001-E.indd 25205181-001-E.indd 25 2/19/2013 2:35:39 PM2/19/2013 2:35:39 PM