3
) Gebruik van relaiscodes
N
a het uitvoeren van het voorgaande voorbeeld, kan relais 1 worden bekrachtigd
d
oor het intoetsen van 55127 E. In dit voorbeeld is de werkwijze geprogrammeerd
op 0, waardoor de relaisfunctie bistabiel is (aan/uit).
Z
ie voor het programmeren van de monostabiele functie punt 5.
• Er kunnen 300 codes naar wens geprogrammeerd worden voor relais 1 of
2. Bij een poging om een code te programmeren die reeds is opgeslagen,
v
olgt er een foutmelding.
4) Wissen van relaiscodes
Volg de volgende procedure om een opgeslagen code uit het geheugen te
v
erwijderen:
1
) Toets “0” “E” (start programmeerstand).
2) Controleer of de led brandt.
3) Toets de supercode in (zoals ingevoerd bij punt 1), gevolgd door “E”.
4
) Toets “0” (verwijderfunctie) in, gevolgd door “E”.
5
) Toets de te verwijderen code in, gevolgd door “E”.
6) Controleer of de led uit is.
V
oorbeeld:
t
oets het volgende in om de code 55127 te verwijderen:
0 E start programmeerstand
12345 E supercode
0E verwijderfunctie
5
5127 E te verwijderen code
5) Bistabiele/monostabiele functie
In de voorgaande programmeringen is er al geschreven over de mogelijkheid te
k
iezen tussen bistabiel (aan/uit) of monostabiel (met tijdfunctie) voor de aansturing
v
an de relais d.m.v. de tijdcode.
B
istabiele functie:
a
ls de tijdcode is ingesteld op “0” zal het relais inschakelen bij het intoetsen van
de juiste code en weer uitschakelen bij de volgende juiste code.
M
onostabiele functie:
als de tijdcode is ingesteld tussen 1 en 99, en de juiste code wordt ingetoetst, zal
het relais ingeschakeld worden en na de geprogrammeerde tijd weer afvallen (1”-
99”).
Aanpassen van de tijdcode
Verwijder de relaiscode zoals aangegeven in punt 4 en programmeer de code
opnieuw met de juiste tijdcode.
Voorbeeld:
als relais 1 geactiveerd wordt bij code 55127 met een bistabiele functie en dit
moet omgezet worden in een monostabiele functie, volg dan de volgende
instructies:
1) Toets het volgende om de code te verwijderen:
0 E start programmeerstand
12345 E supercode
0E verwijderfunctie
55127 E te verwijderen code
2) Opnieuw de code programmeren met de juiste tijdfunctie:
0E start programmeerstand
12345 E supercode
1E activeren relais 1
5E monostabiele functie (tijd = 5”)
55127 nieuwe code.
Na deze procedure zal bij het intoetsen van code 55127 relais 1 gedurende 5
seconden worden geactiveerd.
6) Paniekfunctie
Als de gebruiker een alarm wil versturen, zonder dat iemand dit ziet, kan hij de
paniekfunctie activeren. De paniekcode, die uit één enkel cijfer bestaat, dient
ingetoetst te worden na een relaiscode en activeert zowel het geprogrammeerde
relais als de paniekuitgang (ong. 5 sec.).
(AC bij Art. 3188 of AL bij Art. 3328)
Procedure voor het programmeren van de paniekfunctie:
1) Toets “0” “E” (start programmeerstand)
2) Controleer of de led brandt
3) Toets de supercode in (zoals ingevoerd bij punt 1), gevolgd door “E”
4) Toets“4” (paniekfunctie ) in, gevolgd door “E”
5) Toets de paniekcode (1 cijfer tussen 1 en 9), gevolgd door “E”
6) Controleer of de led uit is
Voorbeeld :
Toets het volgende in om de paniekcode op 3 te programmeren:
0 E start programmeerstand
12345 E supercode
4 E paniekfunctie
3 E paniekcode
D
it houdt in dat wanneer de relaiscode, gevolgd door de paniekcode wordt
i
ngetoetst, zowel het relais als het paniekrelais worden geactiveerd (ongeveer 5
s
econden): 71032 3 E.
•
De paniekcode dient te worden ingegeven na de relaiscode, maar voor de
b
evestiging met “E”.
• Als de paniekcode is geactiveerd, mag de relaiscode niet meer dan 7 cijfers
bevatten.
•
De relaiscode mag niet eindigen met hetzelfde cijfer als de paniekcode.
•
De paniekuitgang is een open collectoruitgang (max. 500mA).
7) Programmeren van het maximale aantal foutieve ingaven
H
iermee kan worden bepaald na hoeveel foutieve codes de blokkeerfunctie wordt
g
eactiveerd.
Als dit bijvoorbeeld is ingesteld op 3, zal na de derde poging het systeem ongeveer
een minuut geblokkeerd zijn. Het is ook mogelijk een alarm te geven (AL uitgang)
n
a het aantal foutieve pogingen. Als een alarm gewenst is, dient een “1” te worden
i
ngetoetst bij het programmeren en een “0” als dit niet nodig is (zie onderstaande
procedure).
Een foutieve poging bestaat uit een niet-geregistreerde code, gevolgd door “E”.
P
rocedure voor het programmeren van het aantal geaccepteerde foutieve ingaven
1) Toets “0” “E” (start programmeerstand).
2) Controleer of de led brandt.
3) Toets de supercode (zoals ingevoerd bij punt 1), gevolgd door “E”.
4
) Toets “5” (“blokkeerfunctie”) in, gevolgd door “E”.
5
) Toets het aantal geaccepteerde fouten in (1-9), zonder de toets “E”.
6) Toets in: “1” “E” als de alarmuitgang moet inschakelen bij het
blokkeren; “0” “E” als er geen alarmuitgang nodig is.
7
) Controleer of de led uit is.
Voorbeeld:
V
olg de volgende instructies om de blokkeerfunctie op 3 foutieve pogingen in te
s
tellen, zonder een alarmsignaal:
0 E start programmeerstand
12345 E supercode
5
E blokkeerfunctie
3 max. aantal verkeerde ingaven
0 E geen alarmuitgang
8
) Programmeren van de activeringstijd van relais 1 op ingang voor
afstandsbediening van sleutel
Hiermee kan de activeringstijd van het relais 1 op een ingang op afstand worden
ingesteld. Er kunnen waarden tussen 1 en 99 worden ingesteld. De standaard
ingestelde tijd is 5 seconden.
Voorbeeld:
Toets het volgende in om de activeringstijd op 10 seconden in te stellen:
0 E start programmeerstand
12345 E supercode
6 E Tijdcodefunctie Remote Key
10 E activeringstijd relais
INSCHAKELEN VAN “SLEUTEL”
A
KNOP
Bij het kortsluiten van de aansluitingen CK1 en CK2, b.v. door een tijdklok, is het
mogelijk om relais 1 te activeren door alleen de “sleutel”
A
knop in te toetsen.
RESETINGANG (alleen bij Art. 3188)
Door deze ingang te verbinden met de min (-), blokkeert het toetsenbord en alle
uitgangen worden gedeactiveerd (relais en alarmuitgangen).
INGANG VOOR AFSTANDSBEDIENING VAN SLEUTELKNOP (RK)
Door dit contact met de min te verbinden wordt relais 1 gedurende de ingestelde
tijd bekrachtigd (zie punt 8). De maximale afstand voor de bediening van dit contact
is 20 meter.
BESCHRIJVING AANSLUITKLEMMEN
~- ~+ voeding 12V DC/AC
CK1 contact voor het aansturen van de “sleutel”-knop
CK2 contact voor het aansturen van de sleutelknop (alleen bij Art. 3188)
CK2 - contact voor het aansturen van de sleutelknop/min
+OUT plus (niet gestabiliseerd)
AC- paniekuitgang max. 500 mA (alleen bij Art. 3188)
AL- alarmuitgang (en paniekuitgang bij Art. 3328) (max. 500 mA)
NO/2 relais 2
C/2 relais 2
NC/2 relais 2
NO/1 relais 1
C/1 relais 1
NC/1 relais 1
PGM programmeeringang
RST reset op afstand (alleen bij Art. 3188)
- min (alleen bij Art. 3188)
RK ingang voor afstandsbediening van sleutelknop
10
NL