1. Controleer of de schakelaar voor de ingangsspanning (115V/230V) op de juiste spanning staat en schakel indien
nodig over op de juiste spanning. Raadpleeg de gebruiksspanning in het gebruiksgebied. (Alleen van toepassing op
voedingsproducten met een passieve PFC-functie).
2. Controleer of het netsnoer is aangesloten op het voedingsproduct zelf.
3. Controleer of de I/O-schakelaar op de voeding in de stand "I" staat.
4. Controleer of de netsnoeren van het moederbord, de grafische kaart, de harde schijf en andere interface-apparaten
correct zijn geïnstalleerd.
5. Druk de I/O-schakelaar op de voeding naar de positie "O" om de eenheid uit te schakelen, wacht 5 minuten zodat de
eenheid kan ontladen en de beveiliging kan worden gereset, druk de I/O-schakelaar terug naar de positie "I" en schakel
vervolgens de voeding van het systeem in.
Problemen oplossen
Als de voeding niet goed werkt, controleer dan het volgende:
NL
48