NEDERLANDS
83
3. Het inlegstuk heeft vier stelschroeven waarmee het omhoog
of omlaag kan worden gebracht. Wanneer het inlegstuk goed is
afgesteld, moet het gelijk liggen met of iets lager liggen dan het
oppervlak van de bovenzijde van de tafel en op zijn plaats zijn
bevestigd. De achterzijde van het inlegstuk moet gelijk liggen
met de bovenzijde van de tafel of er iets bovenliggen.
WAARSCHUWING: Gebruik de machine nooit zonder
het inlegstuk. Vervang het inlegstuk onmiddellijk wanneer het
versleten of beschadigdis.
Het inlegstuk uitnemen
1. Verwijder het inlegstuk
17
door de vergrendelschroef
30
met een schroevendraaier 90˚ naar links te draaien
2. Trek het inlegstuk omhoog en naar voren zodat het
binnenste van de zag toegankelijk wordt. Werk NIET met de
zaag zonder hetinlegstuk.
Langsgeleiding plaatsen(Afb. F)
De geleiding voor overlangszagen kan worden geïnstalleerd
op twee posities aan de rechterzijde(Positie 1 voor 0 mm
tot 522 mm overlangszagen en Positie 2 voor 100 mm tot
622mm overlangszagen) en één positie aan de linkerzijde van
detafelzaag.
1. Maak de vergrendelingen van de langsgeleiding los
19
.
2. Houd de geleiding in een hoek vast, houd de lokatiepennen
(voor en achter)
31
op de rails van de langsgeleiding tegenover
de kopsleuven van de geleiding
32
.
3. Schuif de kopsleuven op de pennen en draai de geleiding
omlaag tot deze op de railsrust.
4. Vergrendel de geleiding op z'n plaats door de grendels voor
en achter
19
op de rails tesluiten.
De werkbank vastzetten (Afb. A)
• Het machine-frame tussen de voeten aan beide zijden is
voorzien van twee gaten
9
, waarmee de machine op de
werkbank kan worden vastgezet. Gebruik de gatendiagonaal.
• U kunt gemakkelijker met de machine werken wanneer u
deze op een stuk multiplex van tenminste 15 mm dikvastzet.
Wanneer u de machine gaat gebruiken kunt u het multiplex op
de werkbank klemmen. Wanneer u de machine wilt vervoeren,
hoeft u alleen maar de klemmen los temaken.
Aan de onderzijde van voeten van de zaag zijn ook gaten
50
aangebracht voor montage op beugels van het typeDE7400.
AANPASSINGEN
Aanpassing van het zaagblad
Uitlijning van het zaagblad (Parallel aan de
versteksleuf) (Afb. G)
WAARSCHUWING: Snijgevaar. Controleer het zaagblad
in de stand 0˚ en 45˚ zodat u er zeker van kunt zijn dat het
zaagblad niet het inlegstuk raakt, omdat dat persoonlijk letsel zou
kunnenveroorzaken.
Als het zaagblad niet uitgelijnd is met de versteksleuf op het
zaagtafelblad, moet het zaagblad weer uitgelijnd worden. Ga als
volgt te werk voor het uitlijnen van het zaagblad en de versteksleuf:
WAARSCHUWING: Beperk het risico van letsel, zet de
unit uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u
accessoires plaatst of verwijdert, voordat u aanpassingen
aanbrengt of een andere opstelling kiest of wanneer u
reparaties uitvoert. Wanneer de werklamp per ongeluk wordt
ingeschakeld, kan dat leiden totletsel.
1. Draai met inbussleutel van 5mm de achterste bevestiging
van de draaibeugel (34) los, die zich aan de onderzijde van tafel
bevindt, draai niet meer los dan nodig is om de beugel heen en
weer te kunnen bewegen.
2. Stel de beugel af tot het zaagblad parallel loopt aan de sleuf
van deverstekmeter.
3. Draai de achterste bevestiging van de draaibeugel vast op
een aanhaalmoment van 12,5 – 13,6Nm.
Aanpassing van de hoogte van het zaagblad(Afb. A)
U kunt het zaagblad hoger of lager zetten door het stelwiel voor
de hoogte van het zaagblad te draaien
6
.
Het is belangrijk dat de bovenste drie tanden tijdens het zagen
net door het bovenste oppervlak van het werkstuk breken. Dat
maakt dat het maximumaantal tanden te eniger tijd materiaal
verwijderen, en dat het gereedschap maximaalpresteert.
Beschermkap/Splijtmes uitlijnen met het zaagblad
(Afb. H)
1. Neem het inlegstuk uit. Raadpleeg Inlegstuk verwijderen
onderMontage enaanpassingen.
2. Breng het zaagblad over de gehele diepte van de zaagsnede
omhoog en stel een schuine hoek van 0°in.
3. Kijk waar zich de drie kleine stelschroeven
33
bevinden. Met
deze schroeven wordt de stand van het spouwmesafgesteld.
4. Leg een rechte lat op de tafel tegen de twee punten van het
zaagblad. Het spouwmes mag de rechte lat nietraken.
5. Draai de twee grotere vergrendelschroeven los, als
aanpassing nodig is
35
.
6. Stel met de kleine stelschroeven
33
de positie van het
spouwmes af. Leg de rechte lat aan de tegenovergestelde zijde
van het zaagblad en herhaal de afstelling, als dat nodigis.
7. Draai de twee grotere vergrendelschroeven licht vast
35
.
8. Plaats een vierkant vlak deel tegen het spouwmes zodat
u kunt zien of het spouwmes verticaal is en is uitgelijnd met
hetzaagblad.
9. Zet, als dat nodig is, met de stelschroeven het spouwmes
verticaal op het vierkante vlakkedeel.
10. Controleer de positie van het spouwmes door stap 4 te
herhalen. Herhaal 5 tot en met 9, als dat nodigis.
11. Draai de twee grotere vergrendelschroeven
35
lichtvast.
Parallele aanpassing(Afb.A,I,J)
Voor optimale prestaties moet het zaagblad parallel zijn aan de
langsgeleiding. Deze afstelling is uitgevoerd in de fabriek. U kunt
deze weer afstellen:
Positie 1 Uitlijning langsgeleiding
1. Installeer de langsgeleiding in positie 1 en ontgrendel
de vergrendelhendel van de rails
5
. Kijk waar zich de
beide lokatiepennen
31
bevinden die de langsgeleiding
ondersteunen op de voorste en achtersterails.
2. Draai de schroef van de achterste lokatiepen los en stel de
positie van de langsgeleiding in de groef op de langsgeleiding
af, totdat het oppervlak van de langsgeleiding parallel aan
het zaagblad staat. Meet vooral vanaf het oppervlak van de
langsgeleiding tot de voor en achterzijde van het zaagblad,
zodat uitlijning isgewaarborgd.
3. Draai de plaatsingsschroef vast en herhaal de procedure aan
de linkerzijde van hetzaagblad.
4. Controleer de aanpassing van de aanwijzer van
geleidingsschaal (Afb. J).