77 NL
1. De hoofdeenheid (1) op het keukenwerkblad of een ander droog, schoon, vlak en niet
verwarmd werkblad plaatsen. Voor voldoende vrije ruimte naar alle kanten, vooral
naar de openingen voor luchtafvoer, zorgen.
2. Het netsnoer volledig afwikkelen en de netstekker in een contactdoos steken.
3. De deur (15) openen. Wanneer de vetopvangschaal (8) niet als bakblik moet worden
gebruikt, deze onderin de gaarruimte (16) schuiven.
4. Geschikte toebehoren voor het eten dat moet worden bereid, kiezen (zie hoofdstuk
‘Toebehoren’).
5. De levensmiddelen verwerken en op de / in de toebehoren plaatsen. Deze in het
apparaat aanbrengen (zie hoofdstuk ‘Toebehoren’).
6. De deur sluiten.
7. De aan- / uitknop (10) indrukken. De weergaven op het bedieningspaneel (19) wor-
den ingeschakeld.
8. Met de
knop (27) de temperatuureenheid °C of °F kiezen. Daartoe de knop zo
lang ingedrukt houden, tot de gewenste eenheid op het display wordt weergegeven.
9. De temperatuur en gaartijd ofwel handmatig instellen of een van de 8 programma’s
kiezen.
Handmatige instelling:
De
knop kort aanraken en dan met de draairegelaar de temperatuur instellen.
De
knop (28) kort aanraken en met de draairegelaar de gaartijd kiezen.
Een programma kiezen:
Het gewenste programmasymbool (24) aanraken. Wanneer het knippert, is het pro-
gramma geactiveerd. Bij het opnieuw aanraken van het symbool, wordt de keuze
opgeheven. De symbolen staan voor de volgende voorinstellingen:
Sym-
bool
Programma Temperatuur Gaartijd
Friet 200 °C (400 °F) 20 min
Steaks / Karbonaden 200 °C (400 °F) 20 min
Vis 200 °C (400 °F) 10 min
Garnalen 200 °C (400 °F) 10 min
Kip 190 °C (380 °F) 25 min
Draaigrillen
(met automatische draaifunctie)
200 °C (400 °F) 45 min
Bakken 175 °C (350 °F) 30 min
Drogen 70 °C (140 °F) 8 h (2 – 24 h)