269
● Verzeker u zich of de ventilatieopeningen van de motor schoon zijn.
● Gebruik een zacht detergent en spons om de kunststof elementen te reinigen.
● Voer alleen onderhoudswerkzaamheden die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven uit. Alle
andere werkzaamheden dienen door een geautoriseerde servicedienst te worden uitgevoerd.
● Voer geen wijzigingen in de zaagconstructie in.
● Indien de zaag niet gebruikt wordt, bewaar deze schoon, op een vlakke ondergrond en droge plek,
buiten bereik van kinderen.
Het is van belang dat tijdens de opslag geen rubberresudu in de basisonderdelen van het
brandstofsysteem zoals carburateur, brandstolter, brandstoeiding of brandstoftank zich
verzamelt. Brandstoen met alcohol (ethyleen of methyleen) kunnen vocht absorberen, wat tijdens
de opslag naar afscheiding van brandstofmengsel en zuurproductie leidt. Met name benzine kan
beschadiging van de motor veroorzaken.
LUCHTFILTER
Vervuilde luchtlter verlaagt de eciency van de verbrandingsmotor en vergroot het brandstofverbruik.
Maak de luchtlter om de elke 5 uur werk van de zaag schoon.
● Maak de deksel van de luchtlter (4) en de omgeving schoon zodat na het afnemen het vuil niet in de
carburateurkast doordringt.
● Draai de schroef van de deksel van de luchtlter (3) los en demonteer de deksel van de luchtlter (4).
● Neem de lter weg (d) (afb. T).
● Was de luchtlter met water en zeep, spoel met schoon water en laat afdrogen.
● Monteer de luchtlter en verzeker zich dat de sparingen aan de rand van de luchtlter goed in de
uitsparingen op de deksel van de luchtlter (4) passen.
● Bij de montage van de deksel van de luchtlter (4) verzeker u zich dat de leiding van de ontstekingskaars
en verloopringen van de regelschroeven van de carburateur op de juiste plaats zich bevinden.
Om brandgevaar of het ontstaan van gevaarlijke dampen te vermijden, was de luchtlter nooit in
benzine of ander makkelijk brandbare oplosmiddelen.
CILINDERRIBBEN
Het stof dat op de cilinderribben verzamelt kan oververhitting van de motor veroorzaken. Tijdens
onderhoud van de luchtlter regelmatig controleer en maak de cilinderribben schoon.
GELEIDER EN KETTING
Na elk 5 uur van werk controleer de staat van de geleider en ketting.
● Plaats de aanzetknop (14) in de ‘aan’ stand.
● Draai de moeren van de geleider (7) los.
● Neem de bekisting (10) weg en demonteer de geleider (20) en ketting (21).
● Maak de olieopeningen en gleuf (e) in de geleider (20) schoon (afb. U).
● Smeer het voorste kettingwiel van de geleider (22) door de opening (f) in de punt van de geleider (afb. W).
● Controleer de staat van de ketting (21).
SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING
Besteed de nodige aandacht aan de snijwerktuigen. Snijwerktuigen dienen scherp en schoon te zijn,
waardoor het werk eectief en veilig kan worden uitgevoerd. Het werk met zaag met een onscherpe ketting
versnelt de slijtage van de ketting, geleider en het aandrijvingswiel van de ketting en in sommige gevallen
kan tot onderbreking van de ketting leiden. Daarom is het zo belangrijk om de ketting tijdelijk te slijpen.
BRANDSTOFFILTER
● Draai de kurk van de brandstoftank (15) los.
● Met behulp van een draadhaakje neem de luchtlter (g) door de opening van de brandstoftank weg
(afb. X).
● Het slijpen van de ketting is een gecompliceerde operatie. Zelfstandig slijpen van de ketting eist gebruik
van speciale gereedschappen alsook vaardigheden. Het is aangeraden om het slijpen van de ketting aan
vakbekwame personen laten uitvoeren.