NL
kind met veiligheidsgordel.
Plaats het autostoeltje op de autostoel en zorg ervoor dat het goed
tegen de rugleuning aansluit.
Trek de autogordel uit. Trek de schoudergordel door de geleider
tussen de hoofdsteun en de rugleuning. Haal de heupgordel door
de rode geleider, onder de armleuning (E).
Trek de schoudergordel samen met de heupgordel door de
gordelgeleider in de rugleuning (P), (van de voorkant naar de
achterkant van de stoel). Trek het verder naar achteren achter het
autostoeltje.
Trek de gordel vervolgens door de tweede geleider van de rugleuning,
gemarkeerd in rood (P), (van achter naar voren van de stoel).
Trek beide gordels onder de andere armleuning van de stoel (E).
Maak de veiligheidsgordel vast totdat u een kenmerkende “klik”
hoort.
Zorg ervoor dat de gordel niet los zit. Houd het stoeltje vast met uw
knie, dicht tegen de autostoel aan. Trek de veiligheidsgordel zo strak
mogelijk aan in de richng van het oprolmechanisme.
Maak de veiligheidsgordels los en plaats uw kind in het stoeltje.
Maak de 5-punts autogordel vast, steek de twee gordeldelen in
het gordelslot (I) totdat u een kenmerkende “klik” hoort.
Kies de juiste hoogte voor de hoofdsteun (2.2), trek de veiligheidsgordel
zo aan dat deze strak om de schouders van uw kind zit. Zorg ervoor
dat het beschermkussen van de gordel de schouder van het kind
raakt en niet met de gordel wordt verdraaid.
Stel de juiste lengte van de gordels in door aan de spanningsafstelgordel
(M) te trekken.
kind wordt door een driepuntsgordel beveiligd.