‑ 38 ‑NL
14.
Zorg ervoor dat de es goed afgesloten is alvorens hem in de esverwarmer te
plaatsen en er water in te gieten.
15.
Voordat u het apparaat aanzet, moet u controleren of er water in zit. Zet het
apparaat nooit aan als er geen water in zit.
16. Heet water kan ernsge brandwonden veroorzaken. Als er heet water aanwezig
is, wees dan voorzichg.
17. Bij blootstelling aan heet water kan het oppervlak van het apparaat heet worden.
Wees voorzichg.
18. Verplaats het apparaat met heet water niet.
19. Wanneer het warme voedsel de gewenste temperatuur hee bereikt, haalt u de
es uit de verwarmer. Niet te lang opwarmen.
20. Controleer aljd de temperatuur van het voedsel voordat u het aan het kind gee.
21. Laat het apparaat aoelen voordat u het reinigt.
Onderdelenlijst (a. A)
Ontdooifunce
1.
Plaats de es of beker met voedsel in de opwarmer (a. 1).
2. De maximale hoeveelheid water in de warmwatertank is ongeveer 1 cm onder de
bovenkant van het apparaat (a. 2). Wanneer er veel voedsel of melk is, bevindt
de maximale hoeveelheid water in de warmer zich ongeveer 1,5 cm onder de
bovenkant van het apparaat (a. 2).
3.
Selecteer de funce ontdooien/snel verwarmen op het beeldscherm (a. 3). Wacht
tot de status LED oplicht.
LET OP
Gezien de grote verscheidenheid aan texturen van babyvoeding, wordt aanbevolen de
ontdooide voeding regelmag om te roeren en de temperatuur te regelen.
Geef het kind geen melk/voeding direct na het ontdooien.
Snelle opwarm funce
1.
Plaats de es of beker met voedsel in de opwarmer (a. 1).
2. Vul het verwarmingselement met 40 ml water (zie onderstaande tabel) (a. 2).
3.
Selecteer de funce ontdooien/snel verwarmen op het beeldscherm (a. 3). Wacht
tot de status LED oplicht.
4.
Bevroren melk of voedsel mag niet worden verwarmd. Melk of voedsel kan na
ontdooien opnieuw worden opgewarmd.
1. Deksel
2. Fles/beker mand
3. Verwarmer
4. Status LED
5. Ontdooi/snel opwarmen funce
6. Melk opwarmfunce
7. Schakelaar
8. Verhogen van de ingestelde waarde
9. Funce voor opwarmen van voedsel
10. Desinfece funce
11. Verandering van modus
12. Verlagen van de ingestelde waarde