EasyManua.ls Logo

Master WDM 61 - Page 50

Master WDM 61
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
50
Batterijen plaatsen
Vervang de batterijen als dit symbool in
de indicatie wordt weergegeven.
Gebruik alleen alkalinebatterijen.
Verwijder de batterijen vanwege het cor-
rosiegevaar als u het apparaat lange tijd
niet gebruikt.
Menu-instellingen
Druk deze toetsen gelijktijdig
1 seconde lang in om de eenheden
in te stellen. De nieuwe instelling
wordt meteen overgenomen en opgeslagen. Her-
haal de handelingen om door de verschillende
eenheden te gaan.
Kies de maateenheid en de indicatienauwkeu-
righeid:
Verlichting van display en toetsenbord
De verlichting wordt bij een druk op een toets
ingeschakeld. De verlichting wordt 20 secon-
den na het voor het laatst indrukken van een
toets uitgeschakeld
Ingebruikneming
WAARSCHUWING: Kijk niet in de laser-
straal!
Schakel het apparaat in
De batterij-indicatie wordt weergegeven. Het
apparaat bevindt zich in de basismodus en is
gereed voor de eerste meting.
Als u opnieuw op de toets drukt, vindt een
meting plaats. Na elke meting gaat de laser-
straal uit. Deze moet met de toets opnieuw
worden ingeschakeld.
Het apparaat wordt automatisch uitge-
schakeld 180 seconden nadat er voor het
laatst een toets is ingedrukt.
Wissen
Na de bevestiging wordt de aangegeven
waarde verwijderd. Binnen de meetfuncties
„Oppervlakte” en „Volume” kunnen de afzon-
derlijke afstanden worden verwijderd en vervol-
gens opnieuw worden gemeten.
Soorten aanslagen
Het apparaat kan in de volgende soorten aan-
slagen worden gebruikt:
Metingen van achteren vanaf een recht op-
pervlak .
Metingen van voren vanaf een rand (meetni-
veau instellen!)
Metingen vanaf een rand met haaks uitge-
klapte aanslaghoek .
Metingen uit hoeken met volledig uitgeklapte
aanslaghoek .
(Meetniveau instellen!)
Aanslag voor/achter
Na het inschakelen ligt het nulpunt voor
alle metingen aan de achterkant van het
apparaat. Voor metingen vanaf een rand
(D) of vanuit een hoek klapt u de aanslag-
haak naar buiten en schakelt u het meetni-
veau als volgt om:
Druk 1x kort op de toets (kort geluidssig-
naal): Het nulpunt is de voorkant van het
apparaat voor één meting.
Druk 2x kort op de toets (kort geluidssig-
naal): Het nulpunt is de aanslaghaak achter.
Druk 1x lang op de toets (lang geluidssig-
naal): Nulpunt is voor alle metingen de voor-
kant van het apparaat.
Druk 2x lang op de toets (lang geluidssig-
naal): Nulpunt is voor alle metingen de aan-
slaghaak.
Afstand Oppervlakte Volume
1 0.000 m 0.000 m
2
0.000 m
3
2 0’00’’
1
/
16
0.00 ft
2
0.00 ft
3
3 0
1
/
16
in 0.00 ft
2
0.00 ft
3
4 0.00 ft 0.00 ft
2
0.00 ft
3
A
B
WDM 61.book Seite 50 Mittwoch, 28. Mai 2008 8:08 08