50
Batterijen plaatsen
Vervang de batterijen als dit symbool in
de indicatie wordt weergegeven.
Gebruik alleen alkalinebatterijen.
☞ Verwijder de batterijen vanwege het cor-
rosiegevaar als u het apparaat lange tijd
niet gebruikt.
Menu-instellingen
Druk deze toetsen gelijktijdig
1 seconde lang in om de eenheden
in te stellen. De nieuwe instelling
wordt meteen overgenomen en opgeslagen. Her-
haal de handelingen om door de verschillende
eenheden te gaan.
Kies de maateenheid en de indicatienauwkeu-
righeid:
Verlichting van display en toetsenbord
De verlichting wordt bij een druk op een toets
ingeschakeld. De verlichting wordt 20 secon-
den na het voor het laatst indrukken van een
toets uitgeschakeld
Ingebruikneming
WAARSCHUWING: Kijk niet in de laser-
straal!
Schakel het apparaat in
De batterij-indicatie wordt weergegeven. Het
apparaat bevindt zich in de basismodus en is
gereed voor de eerste meting.
Als u opnieuw op de toets drukt, vindt een
meting plaats. Na elke meting gaat de laser-
straal uit. Deze moet met de toets opnieuw
worden ingeschakeld.
☞ Het apparaat wordt automatisch uitge-
schakeld 180 seconden nadat er voor het
laatst een toets is ingedrukt.
Wissen
Na de bevestiging wordt de aangegeven
waarde verwijderd. Binnen de meetfuncties
„Oppervlakte” en „Volume” kunnen de afzon-
derlijke afstanden worden verwijderd en vervol-
gens opnieuw worden gemeten.
Soorten aanslagen
Het apparaat kan in de volgende soorten aan-
slagen worden gebruikt:
❏ Metingen van achteren vanaf een recht op-
pervlak ➊.
❏ Metingen van voren vanaf een rand (meetni-
veau instellen!)
❏ Metingen vanaf een rand met haaks uitge-
klapte aanslaghoek ➋.
❏ Metingen uit hoeken met volledig uitgeklapte
aanslaghoek ➌.
(Meetniveau instellen!)
Aanslag voor/achter
☞ Na het inschakelen ligt het nulpunt voor
alle metingen aan de achterkant van het
apparaat. Voor metingen vanaf een rand
(D) of vanuit een hoek klapt u de aanslag-
haak naar buiten en schakelt u het meetni-
veau als volgt om:
– Druk 1x kort op de toets (kort geluidssig-
naal): Het nulpunt is de voorkant van het
apparaat voor één meting.
– Druk 2x kort op de toets (kort geluidssig-
naal): Het nulpunt is de aanslaghaak achter.
– Druk 1x lang op de toets (lang geluidssig-
naal): Nulpunt is voor alle metingen de voor-
kant van het apparaat.
– Druk 2x lang op de toets (lang geluidssig-
naal): Nulpunt is voor alle metingen de aan-
slaghaak.
Afstand Oppervlakte Volume
1 0.000 m 0.000 m
2
0.000 m
3
2 0’00’’
1
/
16
0.00 ft
2
0.00 ft
3
3 0
1
/
16
in 0.00 ft
2
0.00 ft
3
4 0.00 ft 0.00 ft
2
0.00 ft
3
A
B
WDM 61.book Seite 50 Mittwoch, 28. Mai 2008 8:08 08