51
Bedrijfsomstandigheden
Temperatuur van het
hulpmiddel
10 °C (50 °F) tot 40 °C (104 °F)
Atmosferische druk 620 hPa tot 1060 hPa
Relatieve luchtvochtigheid
10% tot 95% (zonder condensvorming)
Opslag en vervoer
Hulpmiddel en batterij
Temperatuur van het
hulpmiddel
-10 °C (14 °F) tot 40 °C (104 °F)
Atmosferische druk 620 hPa tot 1060 hPa
Relatieve luchtvochtigheid 10% tot 95% (zonder
condensvorming)
Spatel
Temperatuur van het
hulpmiddel
-10 °C (14 °F) tot 70 °C (158 °F)
Uitpakken, inspectie
Pak het hulpmiddel uit en controleer het op zichtbare tekenen van
schade. Bij tekenen van schade neemt u het hulpmiddel niet in gebruik
en informeert u de plaatselijke vertegenwoordiger. Verwijder de
beschermfolie van het monitorscherm en het camerakapje van het
distale uiteinde van de CameraStick™. Het hulpmiddel en de batterij
worden apart in dezelfde houder geleverd, in niet-steriele toestand.
Ontsmet het hulpmiddel en de batterij vóór het eerste gebruik bij een
patiënt volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk over reiniging en
desinfectie.
Gebruik
Het hulpmiddel gaat aan en uit door een eenvoudige druk op de
aan/uit-knop. Controleer altijd of het hulpmiddel correct werkt en of de
batterij nog voldoende lading heeft voordat u begint met een klinische
procedure.