EasyManua.ls Logo

Nice LP1 - Page 127

Default Icon
144 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NL
Nederlands - 5
kunnen met de juiste programmering ook worden gebruikt om de rijrichting vast te stellen.
Richting 1 ] 2
Als detectielus 1 bezet wordt op een moment dat ook detectielus 2 bezet is, wordt uit-
gang 1 geactiveerd en blijft deze geactiveerd zolang detectielus 1 bezet blijft. Tijdens deze
fase zal uitgang 2 nooit geactiveerd worden.
Richting 1 \ 2
Als detectielus 2 bezet wordt op een moment dat ook detectielus 1 bezet is, wordt uit-
gang 2 geactiveerd en blijft deze geactiveerd zolang detectielus 2 bezet blijft. Tijdens deze
fase zal uitgang 1 nooit geactiveerd worden.
Om deze functionaliteit in gang te zetten moeten beide detectielussen ten minste even
tegelijkertijd geactiveerd worden (afb. 5).
3.4 Plaatsing van de detectielus
01. Nadat de positie en vorm van de detectielus is vastgesteld, moet er in de bestrating
een geul met een breedte van 5-8 mm en een diepte van ten minste 30 mm worden
gemaakt; een diepere geul is nodig als het installatieoppervlak instabiel is en onder
dru kbeweegt. In asfalt moet de kabel bijvoorbeeld extra beschermd worden omdat
een dergelijke vervorming in de loop der tijd beschadigingen kan veroorzaken. Het
4
Kabel getwist
Detectielussen
Geul
Bestrating
5