- 55 -
11. Spanriem (27) om het fietsframe schuiven en in de
spaninrichting (28) steken (pijl I).
12. Spanriem (27) inschuiven tot minstens een riemtand (48)
uitsteekt.
13. Met de spanner (25) de spanriem (27) vastdraaien (pijl II).
14. Spanner (25) vergrendelen en sleutel (4) uittrekken.
Tweede fiets monteren
De montage van de tweede fiets wordt op dezelfde wijze als de
eerste fiets uitgevoerd. Beide fietsen worden in tegengestelde
richting geplaatst.
De tweede fiets wordt met de lange houder (3) bevestigd.
Fietsen demonteren
Het losmaken van de houders (2) en (3) alsmede de demontage
van de fietsen wordt in omgekeerde volgorde uitgevoerd.
Klemkracht afstellen
In de volgende gevallen kan de voorspankracht bijgesteld worden:
• De klem (42) van de vergrendelde houder (2) kan op het
draagframe worden verschoven (pijl I).
• De draaigreep (29) kan niet helemaal naar rechts worden
gedraaid.
Voorzichtig
Houder (2) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat
andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er
mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en
remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten
onmiddellijk worden vervangen.
Aanwijzing
Spanriem (27) kan alleen worden aangebracht als de
draaigreep (29) helemaal naar rechts is gedraaid.
Aanwijzing
Afhankelijk van de vorm van het fietsframe kunnen één of beide
pads (5) op de spangordel (27) worden geplaatst om het
fietsframe te beschermen.
2
28
29
5
275
25
4
I
II
48
27
M+P-25A-0282
Voorzichtig
Houder (3) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat
andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er
mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en
remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten
onmiddellijk worden vervangen.
Voorzichtig
De klemkracht mag slechts één keer worden afgesteld!
Als de klemkracht opnieuw moet worden afgesteld, moet de
zelfborgende moer (46) worden vervangen.
3
M+P-25A-0272
2
46
43
42
47
29
II
I
M+P-25A-0273