EasyManua.ls Logo

VDO PC 5400 - Page 25

VDO PC 5400
53 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Monitor inbouwen
A
Monteer de monitor niet in het opstuitbereik voor het hoofd!
A
Neem in elk geval de veiligheidsmaatregelen in acht die het gezichtsveld van de
bestuurder en het werkingsgebied van de airbag betreffen!
De monitor kan met een houder (accessoire) worden gemonteerd. Een MR 6000 als
weergave-unit kan in een DIN-radiovak worden ingebouwd.
Afhankelijk van het type display (4:3- of 16:9-display) kan in het diagnosemenu een
correctie voor de begeleidingspictogrammen worden ingesteld. Standaard is het
systeem op het 16:9-display ingesteld.
Bouw de houder voor infrarode afstandsbediening (optioneel) in,
afb. 9 - 10
Bevestig de houder met een hoekbevestiging
Schroef de houder met de hoekbevestiging vast. Steek of schroef de hoekbevestiging vast.
Lijm de houder met een kunststofplaat vast
Klik de houder in de kunststofplaat vast. Verwijder de beschermfolie van de
zelfklevende kunststofplaat. Lijm de houder met de kunststofplaat vast en druk deze
goed aan.
Aanwijzing: De montagetemperatuur moet minstens 15° Celsius bedragen, zodat het
plakband goed hecht.
Verbind de elektrische aansluitingen, afb. 11
Leg zorgvuldig alle kabels. Zie voor het leggen van de kabels de afbeelding met de
aansluitingen op pagina 3 en de onderstaande tabel.
Aansluitkabel 5 (ISO kamer A):
Pin Kabelkleur Aansluiting
A1 Zwart/wit Ingang signaal kilometerteller, digitaal (lange kabel)
A2 Wit/geel Schakelingang achteruitrijsignaal (achteruitrijlichten plus)
A3 Wit/bruin Ingang signaal kilometerteller, analoog (korte kabel)
A4 Rood + 12 V duurplus; klem 30 (evt. via kabelzekering 10 A)
A5 Wit/blauw Schakelingang “Accessory”
A6 Grijs Dimlicht-plus
A7 Paars + 12 V ontstekingsplus; klem 15 (zonder uitschakeling bij starten van de motor)
A8 Bruin Minpool accu; klem 31
= Aansluiting noodzakelijk
= Aansluiting optioneel
A
Elektrische signalen alleen op betreffende aansluitpunten in de auto aansluiten.
A
Bij een rechtstreekse aansluiting op de accu moet de plusleiding (rode leiding) met een
zekering (10 A) in de buurt van de accu (ca. 10 - 15 cm) worden beveiligd.
1. Verbind de kabeluiteinden A4, A7 en A8 van de aansluitkabel 5 volgens de
afbeelding met aansluitingen en de tabel met de betreffende aansluitpunten in de
auto.
2. Snijd de kabels die niet worden gebruikt niet af, maar rol ze op en bind ze opzij! Deze
zouden voor latere uitrustingen met extra functies weer kunnen worden gebruikt.
25
Nederlands

Related product manuals