Lage pompcapaci-
teit of druk.
Vuil in inlaatlter. Verwijder deksel en reinig lter.
Versleten nokkenplaat Vervang pomp.
Versleten membraan. Vervang pomp.
Verstopte aanzuigleiding of pers-
leiding.
Verwijder verstopping
Lek in inlaat. Zet slangklemmen en ttingen
vast.
Defecte drukschakelaar. Vervang drukschakelaareenheid.
Onjuiste spanning. Controleer spanning (± 10 %).
Pomp lekt. Losse bevestigingsmiddelen. Zet bevestigingsmiddelen vast.
Pomp afdichting verteerd. Vervang pomp.
Lek in membraan. Vervang pomp.
Luidruchtige of
rauwe werking.
Flexibel montageoppervlak. Monteer de pomp op een solide
ondergrond.
Pompdeel is los. Zet vast.
Ter ver ingedrukte montagevoeten. Zorg er voor dat de montagevoe-
ten niet te ver zijn ingedrukt.
Pomp aangesloten met pijp. Sluit de pomp aan met exibele
leiding.