5.1 Wat te doen in de volgende gevallen...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
U kunt het apparaat niet ac-
tiveren.
Het apparaat is niet aange-
sloten op een stroomvoor-
ziening of het is verkeerd
aangesloten.
Controleer of het apparaat
goed is aangesloten op het
lichtnet.
U kunt het apparaat niet ac-
tiveren.
De zekering is doorgesla-
gen.
Ga na of de zekering de oor-
zaak van de storing is. Als de
zekeringen keer op keer
doorslaan, neemt u contact
op met een erkende installa-
teur.
U kunt het apparaat niet ac-
tiveren.
Kastdeuren zijn niet uitge-
lijnd met het kastframe.
Lijn de kastdeuren uit.
Het lampje brandt niet. Het lampje is stuk. Vervang het lampje. Zie het
hoofdstuk “Onderhoud en
reiniging”.
Het apparaat absorbeert
niet genoeg dampen.
De motorsnelheid is niet vol-
doende voor de optredende
dampen.
Wijzig de snelheid van de
motor.
Het apparaat activeert zich-
zelf of verandert zelf van
functie
Er is een grote condensatie
van damp op het glas.
Reinig het glas en verwijder
het water van het glas, venti-
leer de keuken en verhoog
de snelheid van de kap.
Het controlelampje van het
filteralarm
brandt.
Het filteralarm is ingescha-
keld. De vetfilter moet wor-
den schoongemaakt of de
koolfilter (optioneel) moet
worden vervangen of gerei-
nigd.
Raadpleeg in het hoofdstuk
"Dagelijks gebruik" het ge-
deelte over "Filtermelding".
6. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het
symbool
. Gooi de verpakking in een
geschikte afvalcontainer om het te
recycleren. Bescherm het milieu en de
volksgezondheid en recycleer op een
correcte manier het afval van elektrische
en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation
bij u in de buurt of neem contact op met
de gemeente.
1('(5/$1'6