6.6 Microfoon in- of uitschakelen
tWanneer de microfoon is uitgeschakeld, toont het display van de handset “GELUID UIT” (MUTE ON).
De beller kan u niet horen.
tDruk tijdens het gesprek op
om de microfoon aan/uit te schakelen.
6.7 Paging
Met de paging-functie kunt u een zoekgeraakte handset opsporen als de handset binnen bereik van de
zender is en een geladen batterij heeft.
tDruk op
onder het basisstation.
>Alle geregistreerde handsets binnen bereik worden gebeld.
U kunt paging stoppen door op een willekeurige toets op de handset te drukken of opnieuw op de
toets onder het basisstation te drukken.
6.8 De handset Aan/Uit-schakelen
Houd vanuit standby de
toets langer dan 2 seconden ingedrukt om de handset aan/uit te schakelen.
>Wanneer het toestel wordt ingeschakeld, toon het display “ZOEKEN…” (SEARCHING...) totdat de
handset het basisstation heeft gevonden.
Opmerking: U kunt de handset uitschakelen om de batterij te sparen wanneer de handset niet op het
basisstation is geplaatst.
BELANGRIJK:
Wanneer de handset op “UIT” (OFF) is gezet, kan het niet worden gebruikt om te bellen, inclusief
noodoproepen. De handset belt niet bij een inkomende oproep.
Om een oproep te beantwoorden moet u de handset weer inschakelen en het kan enige tijd duren
voordat de handset weer een radioverbinding heeft met het basisstation.
6.9 Het toetsenpaneel vergrendelen/ontgrendelen
U kunt het toetsenpaneel vergrendelen om te voorkomen dat u per ongeluk belt of toetsen indrukt.
tVanuit standby
2 seconden ingedrukt houden om de toetsen te vergrendelen.
>Het display van de handset toont “TOETS.GEBL” (KEYS LOCKED).
tDe toets
opnieuw indrukken om de toetsen te ontgrendelen.
Opmerking: Inkomende gesprekken kunnen normaal beantwoord worden als het toetsenbord
geblokkeerd is.
7 TELEFOONBOEK
U kunt max. 200 telefoonnummers opslaan in het telefoonboek. Elk item in het telefoonboek mag bestaan
uit maximaal 24 cijfers voor de telefoonnummers en 12 leestekens voor de naam.
7.1 Een contactpersoon opslaan in het telefoonboek
tDruk vanuit het startscherm op
.
tDruk op
naar “TELEFOONBOEK” (PHONEBOOK) en druk op om te selecteren.
tDruk op
om “NWE GEGEVENS” (NEW ENTRY) te selecteren.
>Het display toont “VOER NAAM IN” (ENTER NAME).
tVoer de naam van het contactpersoon in (maximaal 12 leestekens) via het toetsenbord.
tDruk op
als u een fout maakt om het laatst ingevoerde leesteken te wissen.