8 9
USB-apparaat opladen (bijv. mobiele telefoon of
tablet)
Sluit de USB-A stekker aan op ‘USB 5V 2.4A uitvoer-
poort’.
Sluit de USB-C stekker aan op het USB-apparaat dat
je wil opladen.
Druk op ‘Aan/uit product/pomp’ om het product in
te schakelen en je USB-apparaat op te laden.
Automatische uitschakeling
Na 30 seconden inactiviteit zal het product automatisch uitschakelen en in de slaapstand gaan.
Gebruiken
Druk op ‘Aan/uit product/pomp’ om het product in te schakelen.
Druk op ‘Modus’ om het type pomp te selecteren (zie 5). Het stationwagen/SUV-symbool gaat bran-
den. De luchtdrukwaarde wordt in bar aangegeven (zie 3).
Druk op ‘plus (+)’ en ‘min (-)’ om de luchtdrukwaarde aan te passen.
Houdt ‘Modus’ ingedrukt om te wisselen tussen BAR, PS en KPA.
Druk op ‘Modus’ om te wisselen tussen stationwagen/SUV, ets en bal. Het symbool en de vooraf inge-
stelde luchtdrukwaarde (bar) wordt weergegeven.
Druk op ‘plus (+)’ en ‘min (-)’ om de luchtdrukwaarde aan te passen.
Druk op ‘Modus’ om je keuze te bevestigen. Het symbool van de gekozen waarde gaat knipperen (zie 4).
Sluit de luchtslang aan op het gewenste voertuig/bal.
Druk op ‘Aan/uit product/pomp’ om te beginnen met pompen.
De volgende keer dat je het product inschakelt zullen de instellingen van het laatste gebruik worden
weergegeven. Als je geen wijzigingen wil aanbrengen, kun je direct beginnen met pompen.
Wanneer de luchtpompmodus is geselecteerd, toont het lcd-scherm (zie 3) de vooraf ingestelde waar-
de van de bandenspanning.
Let op: De vooraf ingestelde waarde is alleen ter referentie. Pas het aan volgens de werkelijke situatie.
-
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
-
-
-
Personenauto 2.4 bar
Stationwagen / SUV 2.5 bar
Fiets 245 psi
Bal 0.7 bar
Opladen
Het product opladen
Sluit de USB-C stekker aan op ‘USB-C 5V 2A invoer-
poort’.
Sluit de USB-A stekker aan op een USB-adapter en
steek deze in het stopcontact of steek de USB-A
stekker in een USB-stopcontact.
Het product wordt nu opgeladen.
1.
2.
3.
1.
2.
3.
12V-elektronica opladen
Sluit een geschikte kabel aan op ‘15V 10A uitvoerpoort’.
Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op het 12V-elektronica.
Druk op ‘Aan/uit product/pomp’ om het product in te schakelen en je 12V-elektronica op te laden.
Tijdens het opladen gaat het batterij symbool op het product knipperen van onder naar boven. Dit
geeft aan dat het opladen actief is.
Wanneer de accu van het product minder dan 10% is, knippert het Aan/uit product/pomp-indicatie-
licht.
Als er 30 seconden geen lading plaatsvindt gaat het product in stand-by stand.
Auto jumpstarten
Zorg ervoor dat het product en het voertuig uitgeschakeld zijn.
Sluit de blauwe startkabel-adapter aan op het product. (g. a)
Verbind de rode klem van de startkabels aan op de positieve (+) metalen
uiteinde van de accu.
Elke (auto)accu heeft twee metalen uiteinden. De ene is de positieve knop.
Daar staat vaak het teken ‘+’ in het rood. De andere is de negatieve knop en
daar staat vaak het teken ‘-’ in het zwart.
Verbind de zwart klem van de startkabels aan op de negatieve (-) metalen
uiteinde van de accu.
Druk op ‘Aan/uit product/pomp’ om het product in te schakelen.
Op de blauwe startkabel-adapter wordt met groen licht aangegeven dat je de
kabels correct hebt aangesloten. Ga alleen verder als er continu groen licht
brandt. Anders kan dit leiden tot schade aan je accu en het product. (g. b)
Als het rood licht brandt en je hoort een geluidssignaal, zijn de startkabels niet correct aangesloten.
Zorg ervoor dat je groen licht hebt voordat je het product en het voertuig inschakelt. (g. c)
Als het groen licht knippert, is het accuvermogen van het voertuig te laag om op te laden. Druk in zo’n
geval op ‘Boostmodus’ en wacht tot het groene licht continu brandt. (g. d)
Als er geen licht brandt op de adapter en je hoort geen geluidssignaal, kan het zijn dat de (auto)accu
beschadigd is of de startkabels zijn niet goed aangesloten. Controleer of de startkabels correct zijn
aangesloten. Druk in zo’n geval op ‘Boostmodus’ en wacht tot het groene licht continu brandt. (g. e)
Start het voertuig binnen 30 seconden nadat het groene licht continu brandt.
Haal voorzichtig de startkabels los van de (auto)accu als de auto gestart is.
LET OP: Zorg ervoor dat de startkabels elkaar nooit raken! Dit kan leiden tot brandgevaar, persoonlijk
letsel en schade aan het product.
Laat het voertuig een paar minuten draaien.
1.
2.
3.
-
-
-
1.
2.
3.
-
4.
5.
6.
-
-
-
7.
8.
9.
g.b g.c g.d g.e
g.a
Groen licht brandt
continu.
Rood licht brandt
continu + geluidssignaal.
Groen licht knippert. Geen licht en geen
geluidssignaal.