56
Installatie
Let op de volgende punten voor de installatie.
• Plaats het apparaat op een vlakke en stabiele
ondergrond.
• Er moet minstens 50 cm afstand zijn tot muren
of andere objecten.
• Controleer voordat u het apparaat gebruikt of
zowel de luchtinlaat als de luchtuitlaat vrij zijn
van obstakels en niet geblokkeerd zijn.
• Sluit het apparaat aan op een geaard
stopcontact.
De watertank vullen
• Controleer eerst aan de achterkant van het apparaat of de rubberen stop
stevig in de waterafvoeropening zit en sluit deze af zodat het
waterreservoir niet per ongeluk kan lekken.
• Vul het waterreservoir bovenop het apparaat. Open het deksel bovenop
het apparaat en giet er schoon water in terwijl u het waterniveau aan de
voorkant van de watertank controleert:
MIN-markering:
De watertank moet tot voorbij de markering gevuld zijn om de pomp goed te laten
werken.
MAX-markering:
Het waterreservoir mag niet verder gevuld worden dan de markering, anders kan
er water in het apparaat komen en kunnen elektronische onderdelen beschadigd
raken.
• Zorg ervoor dat de buitenkant van het waterreservoir niet vochtig of nat
is. Als dat wel het geval is, veeg het dan droog.
• Sluit het deksel weer.