4.5 Aansluiting van extra componenten / Toebehoren
Opmerking
De volledige toebehoren mogen de aandrijving met max.
100 mA belasten.
4.6 Aansluiting externe “impuls”-schakelaar om de
deurbeweging te starten of te stoppen
Een of meerdere toetsen met sluitcontacten (potentiaal-
vrij) zoals binnen- of sleutelschakelaars worden (parallel)
als volgt aangesloten (zie afbeelding 9):
1) Eerste contact op klem 21 (impulsingang).
2) Tweede contact op klem 20 (0 V).
4.7 Aansluiting van de drukknopschakelaar IT3b* (zie
afbeelding 10)
De drukknopschakelaar IT3b wordt als volgt aange-
sloten:
1) Contact + aan klem 21 (ingang).
2) Contact – aan klem 20 (0 V).
4.7.1 Impulsschakelaar voor het activeren of stoppen van
de deurbewegingen (zie afbeelding 10.1)
4.7.2 Lichtschakelaar voor het in- en uitschakelen van de
aandrijvingsverlichting (zie afbeelding 10.2)
4.7.3 Schakelaar voor het in- en uitschakelen van de
afstandsbediening (zie afbeelding 10.3)
4.8 Aansluiting van een uitschakelaar of een kanteldeur-
contact (deze moet geforceerd kunnen worden ge-
opend) voor het blokkeren of/en afsluiten van de
aandrijving (blokkeerschakeling of noodstop)
Een uitschakelaar met openingscontacten (potentiaalvrij)
wordt als volgt aangesloten (zie afbeelding 11):
1) De potentiaalvrije openingscontacten op de klemmen
12 (blokkeerschakeling of noodstop) en 13
aansluiten.
2) DIP-schakelaar 1 (SCH1) instellen op OFF.
Opmerking
Door het openen van het contact worden eventuele
deurbewegingen onmiddellijk gestopt en blijven ze geblokkeerd.
De aandrijvingsverlichting signaleert de pulscoe 1 x knipperen
en LED 4 brandt.
4.9 Aansluiting van een contact-fotocel voor het
activeren van een veiligheidsterugloop tot in de
eindpositie "open"
Een fotocel (veiligheidsvoorziening) met een potentiaal-
vrij openingscontact wordt als volgt aangesloten (zie
afbeelding 12):
1) Het potentiaalvrije openingscontact aansluiten op
klemmen 71 (ingang beveiliging) en 20 (0 V).
2) De stroomvoorziening aansluiten op klemmen 5 (ca.
+ 24 V) en 20 (0 V).
3) DIP-schakelaar 2 (SCH1) en DIP-schakelaar 1
(SCH2) op OFF zetten.
Opmerking
Wanneer de fotocel tijdens de “deur dicht”-beweging wordt
onderbroken, wordt een omgekeerde beweging veroorzaakt
die loopt tot de eindpositie “deur open”. Bij het automatisch
sluiten wordt de tijd opnieuw ingesteld, d.w.z. dat de inge-
stelde tijd begint te lopen nadat de fotocel werd verlaten. De
aansluiting is alleen actief bij de "deur dicht”-beweging.
De aandrijvingsverlichting signaleert de pulscoe 1 x knipperen
en LED 4 knippert.
4.10 Aansluiting van een 2-draads-fotocel voor het acti-
veren van een veiligheidsterugloop tot in de eind-
positie "open"
De 2-draads-fotocel wordt volgens afbeelding 13
aangesloten:
1) Contact RX of TX aan klem 71 (ingang veiligheid) en
contact 0V aan klem 20 (0 V) aansluiten.
2) DIP-schakelaar 2 (SCH1) op OFF en DIP-schakelaar
1 (SCH2) op ON zetten.
Opmerking
Wanneer de fotocel tijdens de “deur dicht”-beweging wordt
onderbroken, wordt een omgekeerde beweging veroorzaakt die
loopt tot de eindpositie “deur open”. Bij het automatischsluiten
wordt de tijd opnieuw ingesteld, d.w.z. dat de ingestelde tijd
begint te lopen nadat de fotocel werd verlaten.De aansluiting is
alleen actief bij de "deur dicht”-beweging. De
aandrijvingsverlichting signaleert de pulscoe 1 x knipperen en
LED 4 knippert.
4.11 Aansluiting van een onderloopbeveiliging 8,2kΩ
De onderloopbeveiliging (veiligheidselement) met 8,2kΩ-
weerstand wordt volgens afbeelding 14 aangesloten:
1) De aangesloten 8,2kΩ-weerstand verwijderen.
2) De onderloopbeveiliging aan klemmen 74 (ingang
veiligheid) en 20 (0 V) aansluiten.
3) DIP-schakelaar 2 (SCH2) op OFF zetten.
Opmerking
De ingang is actief bij deur "DICHT" en deur "OPEN". Bij het
sluiten volgt een omkeer tot in de eindpositie deur "OPEN". Bij
het sluiten wordt het signaal pas gegeven na ca. 50 HALL-
impulsen (ca. 50 mm) waardoor een onmiddellijke stop wordt
geactiveerd. De aandrijvings-verlichting signaleert de pulscode 1
x knipperen en de LED 3 brandt.
4.12 Aansluiting van een optische onderloopbeveiliging
De onderloopbeveiliging (veiligheidselement) met
optosensoren (Fraba), wordt volgens afbeelding 15
aangesloten:
1) De aangesloten 8,2kΩ-weerstand verwijderen
2) De onderloopbeveiliging aan klemmen 77 (+12 V), 74
(ingang veiligheid) en 20 (0 V) aansluiten.
3) DIP-schakelaar 2 (SCH2) op ON zetten.
Opmerking
De ingang is actief bij deur "DICHT". Bij het sluiten volgt een
omkeer tot in de eindpositie deur "OPEN". De
aandrijvingsverlichting signaleert de pulscode 1 x knipperen en
de LED 3 knippert.
4.13 Aansluiting van een waarschuwingslamp aan het
optierelais
Aan het potentiaalvrije sluitercontact klemmen 1 en 2
(KL 1) van het optierelais kan volgens afbeelding 21 een
waarschuwingslamp van max. 230 V~/300 W worden
aangesloten. De waarschuwingslamp brandt bij elke
deurbeweging en knippert tijdens de waarschuwingstijd
bij ingestelde "automatische sluiting". DIP-schakelaar 6
(SCH2) op OFF zetten.
4.14 Aansluiting van een externe verlichting aan het
optierelais
Aan het potentiaalvrije sluitercontact klemmen 1 en 2
(KL1) van het optierelais kan volgens afbeelding 22 een
externe verlichting van max. 230 V~/300 W worden
aangesloten. De verlichting wordt parallel met de
aandrijvingsverlichting aangestuurd. DIP-schakelaar 6
(SCH2) op ON zetten.
4.15 Aansluiting van een "deur dicht"-display aan het
optierelais