24
WERKING - Timerfunctie
Het apparaat is voorzien van een tijdschakelaar waarmee u de ventilator automatisch kunt laten uitschakelen
aan het einde van een ingestelde tijd. Druk meermaals op de knop om de uitschakeltijd op 1, 2, 4, 6
of 8 uur in te stellen. Druk nogmaals op de knop om de timerfunctie uit te schakelen.
WERKING - Breeze-modus
Het apparaat is voorzien van een Natural Breeze en een Sleep Breeze functie. Gebruik de knop “
combinatie met de knop “
Natural Breeze
In de Natural Breeze-modus bootst het apparaat natuurlijke wind na, met afwisselende windsnelheden.
Druk op de knop “
op de knop “
• Snelheid “
• Snelheid “
• Snelheid “
Sleep Breeze
In de Sleep Breeze-modus verandert de Natural Breeze-modus van het apparaat na verloop van tijd van
hoger naar lager. Druk nogmaals op de knop “
bij “
• Snelheid “
daarna 30 minuten in Natural Breeze-modus “
naar Natural Breeze-modus “
• Snelheid “
schakelt vervolgens naar Natural Breeze-modus “
uitschakelt.
• Snelheid “
uitschakelt (Sleep Breeze-functie niet actief).
Druk opnieuw op de knop “
WERKING - Afstandsbediening
Het apparaat kan ook via de bijgeleverde afstandsbediening bediend worden. De afstandsbediening werkt
op twee AAA-batterijen (niet inbegrepen). Open het batterijvakje op de onderkant, plaats de batterijen en sluit
het deksel. De knoppen op de afstandsbediening werken hetzelfde als de knoppen op het bedieningspaneel,
alleen de functie ‘Bevochtigen’ is niet via de afstandsbediening in- of uit te schakelen.
Voor een optimale werking:
• Zorg dat de afstand tussen de ventilator en de afstandsbediening niet groter is dan 6 meter.
• Richt de afstandsbediening op het apparaat en zorg voor een richtingshoek kleiner dan 30 graden.
REINIGING EN ONDERHOUD
Na verloop van tijd kan er stof blijven zitten in het uitblaasrooster en tussen de vinnen van de ventilator. Ver-
wijder met een handveger en/of stofzuiger het stof.
Water vervangen
Het water moet elke 3 - 4 dagen worden ververst, zelfs wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Neem het inlaatfilter van de achterkant van het apparaat (zie figuur 6).
3. Draai de schroef aan de bovenkant van het koel/bevochtigingssysteem los (zie figuur 7).
4. Neem het koel/bevochtigingssysteem uit het apparaat.
5. Verwijder het waterreservoir uit het apparaat.
6. Leeg het waterreservoir, spoel het schoon onder de kraan en droog het vervolgens goed af.
7. Plaats achtereenvolgens het waterreservoir, het koel/bevochtigingssysteem en het inlaatfilter terug.