74
O
dezelfde werkplek kan het apparaat in een hogere positie worden gebracht ten opzichte van de werker
en vervolgens geblokkeerd worden door de knop [8] in stand te zetten (ƬJ). Indien de veiligheidslijn
voor hangend werk wordt gebruikt, wordt dit in alle opzichten een werklijn en zou dus voor een optimale
veiligheid van de werknemer een aanvullende veiligheidslijn moeten worden gebruikt. In geval van
dynamische belasting van het apparaat kan er schade aan de touwmantel ontstaan en is dus een grondige inspectie
noodzakelijk. In geval van een ernstige val moeten apparaat en touw worden vervangen. Voor de berekening van
de minimale vrije ruimte zie ƬJDE / Tabel A.
Toepassing EN 353-2:2002
Voor deze toepassing moet de knop [8] in de stand staan.
9RRU KHW JHEUXLN YDQ p*REOLQq DOV YDOEHYHLOLJLQJ RS ƮH[LEHOH DQNHUOLMQ PDJ KHW DSSDUDDW DOOHHQ JHFRPELQHHUG
worden met een semistatisch EN 1891 Type A touw met lus (Tabel A). Altijd bevestigen aan een verbindingspunt
voor valbeveiliging (A) van een EN 361 harnasgordel; het gebruik van een borstbevestigingspunt verdient de
voorkeur boven een rugbevestigingspunt. De verbinding dient te worden gemaakt met behulp van een koppeling
of “Webbing Lanyard” Art. 2030026F (ƬJ). Bevestig het apparaat niet aan de verbindingspunten voor hangen of
positioneren van een EN 813 / EN 358 harnas. Voor de berekening van de minimale vrije ruimte zie ƬJDE/
Tabel A.
Toepassing EN 12841:2006 Type B
Voor deze toepassing moet de knop [8] in de stand staan.
Voor het gebruik van “Goblin” als klimapparaat van de werklijn tijdens werk aan een touw, mag het apparaat alleen
gecombineerd worden met semistatische EN 1891 Type A touwen met een nominale diameter van 10.5 tot 11 mm.
Altijd bevestigen aan een verbindingspunt aan de buikzijde van een EN 813 harnas. De verbinding dient te worden
gemaakt met behulp van EN 362 koppelingen en EN 354 verbindingsbanden, met een totale lengte van maximaal
1 m (ƬJ). Bevestig het apparaat niet aan de verbindingspunten voor positionering van een EN 358 harnas. Zorg
altijd voor gebruik in combinatie met een veiligheidslijn met instelapparaat voor lijnen van het type A.
Horizontaal/hellend gebruik PPE-R11.075 v1
Voor de proef werd een stalen rand met een radius van r = 0,5 mm en zonder bramen gebruikt. Dankzij deze test kan
KHW DSSDUDDW ZRUGHQ JHEUXLNW RS VRRUWJHOLMNH UDQGHQ ]RDOV ELMYRRUEHHOG RS SODDWVWDOHQ SURƬHOHQ RS KRXWHQ EDONHQ
of op een beklede en afgeronde dakreling. Het apparaat kan worden gebruikt op constructies met horizontaal/
hellend vlak waarvan de randen een kantradius van >=0.5 mm hebben; men dient er echter rekening mee te
houden dat het gebruik op scherpe kanten extra risico’s inhoudt en derhalve zoveel mogelijk moet worden beperkt
(ƬJD). Bij horizontaal gebruik moeten de volgende aanvullende voorzorgsmaatregelen worden genomen:
• RP PRJHOLMNH VOLQJHUHƪHFWHQ WH EHSHUNHQ PRHW GH ZHUN]RQH ELQQHQ GH OLPLHW YDQ P DIZLMNLQJ OLJJHQ YDQ GH
loodrechte as op het ankerpunt van het apparaat (ƬJD). Is dit niet het geval, gebruik dan geen enkele anker-
punten maar bijvoorbeeld verankeringen van type C of D conform EN 795: 2012;
• indien de rand scherp is of een radius van minder dan 0,5 mm heeft, dient men elke mogelijkheid om op de rand
te vallen te vermijden, een randbeschermer aan te brengen en voor eventuele aanwijzingen contact op te nemen
met de fabrikant;
• het ankerpunt van het apparaat moet altijd boven of op gelijke hoogte met het werkvlak liggen; voorkom speling
(ƬJE);
• de lengteafstellingen moeten worden gemaakt wanneer er geen valgevaar van de werker bestaat;
• GH KRHN WXVVHQ GH YHUWLFDOH UDQG YDQ GH FRQVWUXFWLH HQ KHW ZHUNYODN PRHW WHQ PLQVWH EHGUDJHQ ƬJF);
• raadpleeg ƬJGvoor de berekening van de minimale vrije valruimte;
• houd rekening met het traject van een eventuele val om gevaarlijke botsingen met obstakels van welke aard dan
ook te voorkomen;
• het maximale gewicht van de gebruiker, inclusief uitrusting, bedraagt 110/120 kg (Tab. A);
• LQGLHQ KHW DSSDUDDW EHYHVWLJG LV DDQ HHQ ƮH[LEHOH DQNHUOLMQ (1 W\SH & PRHW ELM KHW EHSDOHQ YDQ GH