75
O
benodigde vrije valruimte rekening worden gehouden met de vervorming van de lijn bij een val. Lees de
gebruiksinstructies van de ankerlijn;
• neem de juiste maatregelen om instorting van het loopvlak te voorkomen.
Zorg voor geschikte reddingsuitrustingen en een goede opleiding van de werkteams zodat zij snel kunnen
ingrijpen mocht er iemand vallen, in het bijzonder bij horizontaal gebruik.
ANSI/ASSE gebruik
Voor het gebruik conform de ANSI/ASSE normeringen, zie ƬJ.
EAC gebruik
'H *REOLQ LV JHFHUWLƬFHHUG FRQIRUP ($& 5XVODQG%HODUXV.D]DFKVWDQ$UPHQLÆ.LUJL]LÆ QRUP
REDDINGSTOEPASSING
Samenvatting
'H &$03 p*REOLQq LV HHQ LQVWHODSSDUDDW YDQ GH YHLOLJKHLGVOLMQ JHFHUWLƬFHHUG YRRU UHGGLQJVZHUN PHW URSH
access door twee personen, te gebruiken in combinatie met EN 1891 Type A semistatische touwen met een
nominale diameter van 10 tot 11 mm.
Gebruik
Voor deze toepassing moet de knop [8] in de stand staan.
Voor het gebruik van “Goblin” als valbeveiliging voor de veiligheidslijn tijdens een reddingsactie aan een
touw, moet het apparaat altijd bevestigd zijn aan een verbindingspunt voor valbeveiliging (A) van de EN 361
harnasgordel van de reddingswerker. Bevestig het apparaat niet aan de EN 813 / EN 358 verbindingspunten voor
hangen of positionering. De gevallen persoon dient met het harnas van de reddingswerker te worden verbonden
zodat deze op elk moment diens positie en beweging onder controle heeft. De verbinding kan gemaakt worden
met een koppeling (ƬJD); in dat geval mag het apparaat alleen gecombineerd worden met EN 1891 Type A
semistatische touwen met een nominale diameter van 10 tot 11 mm. De verbinding kan ook gemaakt worden
door middel van koppelingen en een “Webbing Lanyard 26 cm” band (ƬJE), in dat geval mag het apparaat
alleen gecombineerd worden met semistatische EN 1891 Type A touwen met een nominale diameter van 10.5
tot 11 mm. Bij reddingstoepassingen doen zich meer risico’s voor dan bij enkel gebruik: zorg voor een geschikte
aanvullende training van de reddingswerkers. Voorkom elke mogelijkheid van speling op het touw, en zijdelingse
afwijkingen van de verticale lijn. Voor de berekening van de minimale vrije ruimte zie ƬJDE / Tabel C.
Aanduiding
Reddingstoepassingen welke niet beschreven zijn in de Verordening (EU) 2016/425.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK - KOPPELING
Toepassingsgebied
De eventueel bij het product geleverde koppelingen zijn conform de norm EN 362:2004 en geschikt voor gebruik
in een valbeveiligingssysteem ter bescherming tegen het risico van het vallen van een hoogte. Enkele modellen
YROGRHQ WHYHQV DDQ GH QRUP (1 YRRU WRHSDVVLQJ LQ GH EHUJVSRUW 'H NHQPHUNHQ HQ RYHULJH FHUWLƬFDWLHV
van de koppelingen zijn vermeld in tab.K, met verwijzing naar de referentiecode(s) van de markering op de bij het
product geleverde koppeling(en).
Klassen (tab.K)
(1 .ODVVH $ NRSSHOLQJ EHVWHPG YRRU UHFKWVWUHHNVH EHYHVWLJLQJ DDQ HHQ VSHFLƬHNH YHUDQNHULQJ .ODVVH
B: basiskoppeling. Klasse T: directionele koppeling. Klasse Q: snelschakel. Klasse M: multifunctionele koppeling.
EN 12275:2015. Klasse B: basiskoppeling. Klasse H: koppeling voor zekering met een halve mastworp. Klasse K:
koppeling voor klettersteig. Klasse X: ovale koppeling. Klasse Q: snelschakel. Het hoofdmateriaal van de koppeling