Het apparaat is voorzien van koppelstukken om de apparaatdeuren
te verbinden met de kastpanelen (sleepdeur).
Plaats als het product eenmaal ingebouwd is de achterkant
van de kast in contact met de wand om toegang tot het
compressorcompartiment te voorkomen.
Opdat het product correct te laten werken, is het van essentieel belang
voldoende luchtcirculatie toe te laten om de condensator achteraan het
apparaat te laten afkoelen.
Daarom moet de inbouwkast uitgerust zijn met een achterafvoer,
waarvan de bovenste opening niet geblokkeerd mag zijn en met
een frontopening die afgedekt is door een ventilatierooster.
Als het apparaat gedurende lange tijd niet wordt gebruikt:
1) Schakel het apparaat OFF (UIT) (raadpleeg ‘Bediening’).
2) Trek de stekker uit het stopcontact of verwijder de veiligheidsinrichting.
3) Maak het apparaat schoon.
4) Laat de deuren van het apparaat open staan.
Open de deuren van de inbouwkast en de koelkast. Plaats het schuifje
in de geleider en bevestig hem daarna op de koelkastdeur.
Markeer de bevestigingspunten voor de schroeven en boor de gaten met
een bitje met een diameter van 2,5 mm.
Bevestig de deurgeleider in het binnenste deel van het paneel van
de inbouwkast op de gewenste hoogte en op ongeveer 20 mm van
de buitenste rand van de deur.