49
1. Algemeen
Accu’s bestaan uit twee elektroden, die in een elektrolyt aangebracht zijn; daardoor
is een accu een chemisch element. Binnenin dit element vinden chemische proces-
sen plaats. Aangezien deze processen omkeerbaar zijn, kunnen accu’s weer opgela-
den worden.
De acculader is bedoeld voor het laden en ontladen van max. vier nikkel-cadmium
en/of nikkel-metaal-hydride accu’s. Bij nikkel-cadmium accu’s bestaat de positieve
elektrode uit nikkelhydroxide en de negatieve elektrode uit metalliek cadmium. De
elektrolyt bestaat hierbij uit kaliumhydroxide. Nikkel-metaal-hydride accu’s hebben
een positieve nikkelelektrode en een negatieve hydride-opslagelektrode. Als elektro-
lyt wordt kaliloog gebruikt.
Voor het opladen van een accu is de zogenaamde laadspanning nodig, die groter is
dan de celspanning. Bovendien moet bij het opladen meer energie (mAh) toegevoerd
worden, dan er daarna weer aan onttrokken kan worden. Deze verhouding tussen
toegevoerde en afgenomen energie wordt aangeduid als het rendement.
De af te nemen capaciteit, die sterk afhankelijk is van de ontlaadstroom, is doorslag-
gevend voor de toestand van de accu. De toegevoerde lading kan niet als maatstaf
genomen worden, aangezien een deel daarvan verloren gaat (b.v. omgezet wordt in
warmte).
De capaciteitsaanduiding van de fabrikant is de maximale theoretische ladingshoe-
veelheid, die de accu kan afgeven. Dat wil zeggen, dat een accu met 400 mAh theo-
retisch b.v. een uur lang een stroom van 400 mA (= 0,4 Ampère) kan leveren. Deze
waarden zijn echter zeer afhankelijk van vele factoren (toestand van de accu, ont-
laadstroom, temperatuur, enz.).
Bij opladers is het begrip C-Rate zeer gebruikelijk. De C-Rate is de stroomwaarde,
die bij de lading en ontlading normaalgesproken aangegeven wordt. Daarbij komt
deze stroomwaarde in Ampère overeen met de nominale capaciteit in Ampère-uren;
d.w.z. bij een accu met 400 mAh is 1C = 0,4 A.
Denk eraan, dat de af te nemen capaciteit van een accu sterk afhankelijk is van de
ontlaadstroom; hoe lager de ontlaadstroom is, des te groter de af te nemen capaci-
teit. Bij deze oplader wordt in de automode de ontlaadstroom automatisch aange-
past aan de huidige toestand van de accu, terwijl bij de handmatige mode gemiddeld
met C/3 ontladen wordt.
De capaciteit van een accu wordt intussen door de vooraanstaande fabrikanten aan-
gegeven bij C/3, d.w.z. dat b.v. een 1200 mAh-accu deze 1200 mAh bij een ontlaad-
stroom van 400 mA (= C/3) bereikt. Als een fabrikant echter bij een 1200 mAh-accu
een ontlaadstroom van C/10 aangeeft (= 120 mAh), dan kunt u er van uitgaan, dat
48
Introductie
Geachte klant,
Wij danken u voor het kopen van deze oplader. Met de CHARGE MANAGER 2010
heeft u een product aangeschaft, dat gebouwd is volgens de laatste stand van de
techniek.
Het product voldoet aan de eisen van de geldende Europese en nationale richtlijnen.
De conformiteit is bewezen, de betreffende verklaringen en documenten liggen bij de
fabrikant.
Bij vragen kunt u zich wenden tot onze
Technische Dienst, tel. 053 - 428 54 80,
ma - vr 09:00 - 17:00 uur.
Gebruik waarvoor de oplader bedoeld is
Deze oplader is uitsluitend bedoeld voor het opladen en ontladen van max. vier nik-
kel-cadmium en/of nikkel-metaal-hydride accu’s in de formaten mono, babycel, pen-
lite, potlood en lady. Er bestaat geen beperking voor wat betreft de nominale capaci-
teit (aangegeven in mAh of Ah) van de op te laden accu.
Lithium-ionen accu’s en droge batterijen (primaire cellen) mogen met deze oplader
noch geladen noch ontladen worden!
LET OP! BESLIST LEZEN!
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bij schades, die
ontstaan door het niet opvolgen van de handleiding, vervalt het
recht op garantie. Wij zijn niet verantwoordelijk voor schades die
daarvan het gevolg zijn.
Inhoudsopgave
Pagina
1. Algemeen.............................................................................................................49
2. Veiligheidsbepalingen..........................................................................................50
3. Eigenschappen ...................................................................................................52
4. Ingebruikname.....................................................................................................56
5. Technische gegevens..........................................................................................61
6. Overzicht .............................................................................................................62