59
Druk nu op de functietoets: hier kunt u alle beschikbare gegevens zien van de
schachten, waar een accu in ligt:
„1:CYC>C= 17.5mAh“
„MAN D= 0.0mAh“
„S U= 1.29V“
„00:01 I= 1.06A“
Op het display ziet u in de eerste regel de schacht (hier 1 voor schacht 1), het laad-
programma (hier CYC voor CYCLE) en de opgetelde laadcapaciteit C. De knipperen-
de pijl (>) bij C geeft aan, dat de accu thans geladen wordt (als de accu ontladen
wordt, knippert de pijl bij D). Op de tweede regel staat MAN voor de handmode (bij
de automode staat hier AUTO), en de ontlaadcapacieit D wordt in mAh weergege-
ven.
Op de derde regel geeft het accusymbool (S) ongeveer de laadtoestand van de accu
aan. De spanning U (in Volt V) van de accu wordt weergegeven, zodra deze vastge-
steld is.
Op de laatste regel wordt de tijd in uren en minuten weergegeven, die reeds verstre-
ken is bij de bewerking van het programma, en de laadstroom I (in Ampère A) wordt
aangegeven, zodra deze vastgesteld is (b.v. bij het ontladen van de ontlaadstroom).
Als de laadprocedure beëindigd is, wordt het ontlaadprogramma gestart en de pijl (>)
verschijnt op de tweede regel (als herkenning dat de accu nu ontladen wordt):
„1:CYC C= 1428mAh“
„MAN >D= 1.4mAh“
„S U= 1.34V“
„01:09 I= 0.59A“
Deze weergave van de accugegevens verschijnt ca. 10 seconden, nadat de toets
ingedrukt is. Daarnawordt weer het totaaloverzicht van alle vier schachten getoond.
Het is echter ook mogelijk, de gegevens van één enkele accu permanent te tonen:
daartoe drukt u zo vaak op de toets, tot de data van de gewenste accu verschijnen
en houdt u de toets ca. 2 s ingedrukt. Dan blijft deze weergave staan tot de accu ver-
wijderd wordt resp. tot de toets opnieuw ingedrukt wordt.
Als een programma met succes uitgevoerd is, verschijnt er RDY (voor READY) en de
pijl resp. Het accusymbool houdt op te knipperen:
„1:RDY C= 1489mAh“
„MAN D= 1398mAh“
„S U= 1.44V“
„04:16 I= ——A“
58
Na het instellen van de capaciteit in de handmode resp. na het kiezen van de auto-
mode volgt de instelling van het laadprogramma. Daarbij wordt CHARGE als stan-
daard aangegeven:
„ ACCU- SETTINGS „
„================“
„ 1: SET PROGRAM „
„ > CHARGE „
Nu hebt u, terwijl de pijl knippert, weer 3 sec. tijd om het laadprogramma te kiezen.
Als u een ander laadprogramma wilt instellen, hoeft u alleen op de functietoets te
drukken. Als u de toets niet indrukt, wordt het laadprogramma CHARGE gestart.
U kunt kiezen tussen:
- Charge
- Discharge
- Check
- Cycle
- Alive
CHARGE is de standaardinstelling en betekent, dat de ingelegde accu versneld gela-
den wordt.
DISCHARGE betekent, dat de ingelegde accu alleen ontladen wordt.
CHECK betekent, dat de ingelegde accu ontladen en weer geladen wordt.
CYCLE betekent, dat de accu eerst geladen, daarna ontladen en tenslotte weer gela-
den wordt.
ALIVE betekent, dat de accu geladen en ontladen wordt, dan weer geladen en ontla-
den en tenslotte weer geladen wordt.
Na iedere druk op de functietoets om het laadprogramma te veranderen hebt u weer
3 seconden tijd. Pas na deze 3 seconden wordt de instelling overgenomen en wordt
het programma geactiveerd.
Kies nu b.v. CYCLE en wacht 3 seconden, tot het laadprogramma start:
„CHARGE MANAGER„
„================“
„1:CYC S 3:—- „
De ingebouwde ventilatoren beginnen te draaien en het knipperende accusymbool
(hier weergegeven door het symbool „S“ voor symbool) geeft aan, dat de betreffen-
de accu behandeld wordt.