6362
6. Overzicht
Voor het laden van de accu wordt deze gewoon in een vrije schacht gestoken. Voor
de invoer start het apparaat het instelprogramma (ACCU-SETTINGS).
De laadmodes AUTO en MAN kunnen via een toetsdruk gekozen worden. Zonder het
indrukken van een toets wordt de AUTO-mode gestart.
In de MAN-mode moet bovendien het capaciteitsbereik van de accu gekozen wor-
den.
Daarna vindt de instelling van het gewenste programma plaats:
Hierbij kunt u kiezen uit de programma’s CHARGE, DISCHARGE, CHECK, CYCLE en
ALIVE.
Als er niets ingesteld wordt, wordt de accu geladen met het CHARGE-programma.
Als de oplader de accu klaar heeft, verschijnt er op het display RDY. De accu kan er
dan uitgehaald worden.
Als u de functietoets meerdere keren indrukt, worden van alle ingelegde accu’s de
gegevens getoond. Voor permanente weergave moet de toets bij het tonen van de
gewenste gegevens ca. 2 s vastgehouden worden.
Bij het uitvallen van de stroom resp. bij het uitschakelen van de oplader blijven de
gegevens en instellingen opgeslagen.
MILIEU-AANWIJZING!
De eindverbruiker is wettelijk verplicht (verordening oude batteri-
jen/accu’s) alle gebruikte batterijen en accu’s (van knoopcel tot
loodaccu) in te leveren; het is verboden deze af te voeren via het
huisvuil.
U kunt verbruikte batterijen en accu’s inleveren bij inzamelplaats-
en in winkels e.d.
Lever ook uw bijdrage tot bescherming van het milieu!