EasyManua.ls Logo

Conrad M-4660 M - Page 63

Conrad M-4660 M
74 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
121
middelste display wordt de Offset-waarde getoond. Op het rechter
kleine display wordt de ingestelde referentiewaarde getoond.
Als u deze onderfunktie wilt verlaten, dan drukt u nogmaals op de
SET/R toets of op de FUNC-toets of aan de draaischakelaar (onder
inachtneming van de veiligheidsbepalingen!); aansluitend keert u
terug naar de basisinstelling.
f) MEM (= Memory = "opname")
Bij deze funktiekunt u max. 10 meetwaarden (referentienummers 0 - 9)
opslaan. Handel hiertoe als volgt:
1. Druk zolang op de funktietoets, totdat MEM knipperend op het dis-
play verschijnt, aansluitend nog eens op de SET/R-toets. MEM knip-
pert niet meer, maar nu knippert het referentienummer. Voer de
meting uit en druk de toets SET/R eenmaal in als u de meetwaarde
onder de eerste geheugenplaats = referentiewaarde 0 wilt opslaan.
2. Druk op de UP/Down-toets, om de volgende vrije geheugenplaats te
kiezen (referentienummer tussen 0 en 9).
Doe weer een meting en druk aansluitend eenmaal toets SET/R in. Nu
is ook deze gekozen geheugenplaats belegd. Als u per ongeluk een
geheugenplaats kiest die al bezet is, dan wordt deze door de nieuwe
meetwaarde overschreven. Om deze funktie te verlaten, gebruikt u
heel kort de werkingssoort-schakelaar (denk aan veiligheidsbepalin-
gen!) of de toets "FUNC" of de toets SET/R.
Aanwijzing
Als bij het opslaan van een meetwaarde de toets SET/R eenmaal te veel
ingedrukt wordt, verlaat u de onderfunktie; de opgeslagen waarde bli-
jft echter behouden en kan met de volgende onderfunktie "opgeroe-
pen" worden:
g) RCL (= Recall = "eergave")
Deze funktie leest de opgeslagen referentiewaarden uit het geheu-
gen. Handel daartoe als volgt:
Druk zolang op de toets FUNC, tot RCL knippert. Druk eenmaal op de
SET/R-toets. Het symbool RCL knippert niet meer, het referentienum-
mer knippert. U kunt nu met de Up/Down toetsen het referentie-
120
het tweede resp. middelste ('kleine') display vastgehouden. Als u
deze onderfunktie wilt verlaten, drukt u nogmaals iets langer op de
SET/R-toets of op de toets FUNC of aan de draaischakelaar (onder
inachtneming van de veiligheidsbepalingen!); aansluitend keert u
terug naar de basisinstelling.
d) Auto-Hold A-H
In deze funktie slaat de meter de laagst = MIN en de hoogst optre-
dende = MAX meetwaarde op. Deze worden na een meetwaardeve-
randering automatisch geaktualiseerd = refreshed = vernieuwd. De
MIN-waarde is op het linker display, de MAX-waarde op het rechter
display te zien. Op het middelste subdisplay kan de zog. Average-
waarde = gemiddelde waarde = AVG afgelezen worden. Ook deze
waarde wordt steeds "opgefrist".
Als u deze onderfunktie wilt verlaten, dan drukt u nogmaals op de
SET/R toets of op de toets FUNC of aan de draaischakelaar (denk aan
de veiligheidsbepalingen!), aansluitend keert u terug naar de basisin-
stelling.
e) REL (= relatief)
Deze instelling maakt het mogelijk een referentiewaarde te vergeli-
jken met een navolgende meetwaarde. Handel als volgt:
- Stel eerst de funktietoets op REL en druk aansluitend eenmaal op de
toets SET/R.
- Dan drukt u op de UP- en DOWN-toetsen, om de polariteit te bepalen,
aansluitend drukt u op de SET/R-toets.
- Dan drukt u opnieuw op de UP- en DOWN-toetsen, om de referentie-
waarde van links naar rechts in testellen. Druk na iedere cijferinstelling
eenmaal op de SET/R-toets, om bij de volgende digitale positie te
komen.
- Zodra de referentiewaarde ingesteld is, drukt u nogmaals op de SET/
R-toets.
- De meter zal nu het verschil tussen de opgeslagen waarde en de na-
volgende meetwaarde op de kleine displays tonen, terwijl de aktuele
(ware) meetwaarde op het grote display afgelezen kan worden. Op
het linker kleine display wordt het verschil in % uitgedrukt, op het