132
NEDERLANDS
OPMERKING: De vrijgaveknop van de handgreep
5
bevindt zich op de onderkant van de handgreepsteun
2
.
2. Druk, om de hoofdhandgreep
4
hoger te zetten, op de
vrijgaveknop van de hendel
5
en trek de hoofdhandgreep
weg van de handgreepsteun
2
tot u een klik hoort,
die aangeeft dat de handgreep is vergrendeld in de
hogerestand.
3. Verzeker dat de hoofdhandgreep
4
in positie is vergrendeld
voordat u verder gaat.
OPMERKING: Als de accu
26
en veiligheidssleutel
6
geplaatst zijn en er aan de beugelhandgreep
8
wordt getrokken, zal het indicatielampje voor het
samenvouwen van de handgreep
15
gaan branden als de
aandrijfhandgreep
1
niet inpositie is vergrendeld.
4. Druk, om de hoofdhandgreep
4
op de lagere stand
te zetten, op de vrijgaveknop van de hendel
5
en
duw de hoofdhandgreep
4
in de richting van de
handgreepsteun
2
tot u een klik hoort, die aangeeft dat
de handgreep is vergrendeld in de lagere stand.
5. Verzeker dat de hoofdhandgreep
4
in positie is vergrendeld
voordat u verder gaat.
Opslagmodus (Afb. G‑L)
GEVAAR: CONTROLEER, VOORDAT U DE
ACCU VERWIJDERT OF PLAATST, DAT DE
VEILIGHEIDSSLEUTEL IS VERWIJDERD ZODAT
WORDT VOORKOMEN DAT DE MAAIMACHINE
WORDTINGESCHAKELD.
GEVAAR: Schakel de unit uit en verwijder de
veiligheidssleutel en accu.
1. Druk, om de hoofdhandgreep
4
in te trekken,
op de vrijgaveknop van de handgreep
5
en
duw de hoofdhandgreep
4
in de richting van de
handgreepsteun
2
tot u twee klikken hoort, wat aangeeft
dat beide kanten van de handgrepen in vergrendelde
positie staan. De hoofdhandgreep
4
moet volledig tegen
de handgreepsteun staan.
OPMERKING: De hoofdhandgreep
4
moet zich
volledig binnen de handgreepopeningen bevinden
29
.
Als ze niet vast staan zoals weergegeven op Afb. G,
druk de hoofdhandgreep
4
dan in de richting van de
handgreepsteun
2
tot u twee klikken hoort en beide
kanten van de handgreepopeningen
29
dicht zijn, zoals
weergegeven op Afb.H.
OPMERKING: Verzeker dat de twee opslaggrendels
30
op
de achterkant van de stangen van de aandrijfhandgreep
1
naar buiten gericht zijn zoals weergegeven op Afb. J voordat
u de aandrijfhandgreep
1
laat zakken naar de opbergstand.
2. Vouw de aandrijfhandgreep
1
in de richting van de
voorwielen
32
naar de
opbergstand
. Luister tot u twee
klikken hoort wanneer de twee opslaggrendels
30
in de
opslagsleuven
31
schuiven, zoals weergegeven op Afb. K.
3. Verzeker dat de aandrijfhandgreep
1
in de bewaarstand is
vergrendeld voordat u verder gaat.
4. De grasmaaier kan rechtop worden opgeslagen, met de
grasopvangbak verwijderd, of plat op de wielen zoals
Instellingen aandrijfhandgreep (Afb. D, E)
De grasmaaier wordt verzonden in de opbergstand. U zult de
aandrijfhandgreep
1
in de bedrijfsstand moeten zetten voordat
u verder gaat.
De aandrijfhandgreep omhoog zetten
(Afb. D, E)
1. Knijp om de aandrijfhandgreep
1
uit de opbergstand te
zetten, op de ontgrendelknop van de handgreep
3
.
OPMERKING: De ontgrendelknop van de handgreep
3
bevindt zich op de achterkant van de handgreepsteun
2
.
OPMERKING: De hoofdhandgreep
4
moet aan beide
kanten iets voorbij de stangen van de aandrijfhandgreep
komen voordat de aandrijfhandgreep
1
uit de opbergstand
getilt kan worden, zoals weergegeven op Afb. D.
2. Til de aandrijfhandgreep
1
op tot de vergrendelde
positie. Luister tot u de klik hoort en verzeker dat de
aandrijfhandgreep
1
in positie vergrendeld is voordat u
verder gaat.
3. Schuif de hoofdhandgreep
4
naar buiten tot u een
reeks klikken hoort. De aandrijfhandgreep
1
staat nu in
debedrijfsstand.
OPMERKING: Let erop dat u net snoer niet inknijpt, uittrekt
of onder spanning zet
28
.
De hoogte van de hoofdhandgreep
instellen (Afb. F)
De hoofdhandgreep
4
kan worden verlengd voor
grotegebruikers.
1. Druk, om de hoofdhandgreep
4
lager te zetten, op de
vrijgaveknop van de hendel
5
en trek de hoofdhandgreep
weg van de handgreepsteun
2
tot u een klik hoort,
die aangeeft dat de handgreep is vergrendeld in de
lagerestand.
MONTAGE EN AFSTELLINGEN
GEVAAR: Schakel, om het risico op ernstig
persoonlijk letsel te beperken, de unit uit en
verwijder de veiligheidssleutel en de accu voordat u
aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires
plaatst/verwijdert. Per ongeluk starten van de machine
kan letsel veroorzaken.
LAAT KINDeren niet met het gereedschap in contact
komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers met dit
productwerken.
• Jonge kinderen en personen met een zwakke
gezondheid. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door
jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid,
zonder toezicht.
• Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen
(waaronder kinderen) die verminderde fysieke, zintuiglijke
of psychische mogelijkheden hebben; wanneer sprake
is van gebrek aan ervaring, kennis of vaardigheden is
gebruik alleen toegestaan onder toezicht van een persoon
die verantwoordelijk is voor de veiligheid van gebruikers.
Kinderen mogen nooit alleen gelaten worden met
ditproduct.