133
NEDERLANDS
LEES DEZE INSTRUCTIEHANDLEIDING VOOR
GEBRUIK VAN UW GRASMAAIER
Raadpleeg Afb. A aan het begin van deze handleiding voor
de volledige lijst van componenten. Bewaar deze handleiding
zodat u deze later ook nog kunt raadplegen.
GEVAAR: Scherp bewegend mes. Gebruik de
grasmaaier niet in de mulch-stand, als de achterste
opening niet onder veerdruk is gesloten, omdat dit
ernstige verwondingen tot gevolg kan hebben. Breng
uw grasmaaier naar het servicecentrum bij u in de buurt
voorreparatie.
GEVAAR: Werk niet met de maaimachine als de
handgreep niet op z'n plaats is vergrendeld.
GEVAAR: Scherp bewegend mes. Gebruik de
grasmaaier nooit in combinatie met de grasopvang als de
haken van de grasopvangzak niet goed op de grasmaaier
zijn bevestigd en de achterste uitwerpopening niet stevig
tegen de grasopvangzak is aangedrukt, omdat dit tot
ernstig letsel kan leiden.
GEVAAR: Scherp bewegend mes. Gebruik de maaier
niet in de modus met zijdelings uitwerpen, tenzij
de uitvoertrechter opzij juist geïnstalleerd is, met de
achterklep er stevig tegenaan rustend.
DCMWP500
Voor de juiste handpositie zet u beide handen op de
hoofdhandgreep
4
en de beugelhandgreep
8
zoals
weergegeven op Afb. Q.
DCMWSP550
Voor de juiste handpositie zet u beide handen op de
hoofdhandgreep
4
en de beugelhandgreep
8
terwijl de
grasmaaier niet in de zelftrekkende modus staat; en beide
handen op de hoofdhandgreep en de beugelhandgreep en
de hendel voor zelftrekken
9
in de zelftrekkende modus, zoals
weergegeven op Afb. R.
Juiste handpositie (Afb. Q, R)
WAARSCHUWING: Beperk het risico op ernstig
persoonlijk letsel, plaats ALTIJD uw handen in de juiste
positie, zoalsafgebeeld.
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig
persoonlijk letsel, houd het gereedschap ALTIJD stevig
vast, zodat u bent voorbereid op een plotselingeterugslag.
WERKING
GEVAAR: Schakel, om het risico op ernstig
persoonlijk letsel te verminderen, de eenheid uit en
verwijder de veiligheidssleutel en de accu voordat u
aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires
plaatst/verwijdert. Per ongeluk starten kan letsel
veroorzaken.
3. Verplaats de hendel
20
in de richting van de voorzijde van
de maaimachine als u de maaihoogte wilt verlagen.
4. Duw de hendel voor de afstelling van de maaihoogte
20
in
één van de vergrendelnokken
37
.
Zijopening (Afb.O)
GEVAAR: Schakel de unit uit en verwijder de
veiligheidssleutel en accu.
1. U kunt de maaimachine met de zijopening laten werken
door de grasopvangzak
22
te verwijderen.
OPMERKING: Verwijder de mulchstop
24
, indien geplaatst.
2. Til het deksel van de achterklep
21
op en haak de
afvoertrechter achteraan
25
op de maaier en in de sleuven
aan de linkerkant zoals weergegeven op Afb. O.
3. Laat het deksel van de achterklep
21
los en verzeker dat
de afvoertrechter achteraan
25
op zijn plaats bevestigd is
voordat u de maaier gebruikt.
Mulchen (Afb. N)
GEVAAR: Schakel de unit uit en verwijder de
veiligheidssleutel en accu.
1. Verwijder de grasopvangzak
22
of de uitlaattrechter
achteraan
25
om de maaier in de mulch-stand
tegebruiken.
2. Til het deksel van de achterklep op
21
en schuif de
mulchstop
24
volledig in de maaier.
3. Verzeker dat de pinnen
35
op de mulchstop
24
in de
sleuven op de maaier
36
klikken zoals weergegeven
opAfb.N.
4. Verzeker dat het deksel van de achterklep
21
dicht is.
Grasopvangzak (Afb. M)
GEVAAR: Schakel de unit uit en verwijder de
veiligheidssleutel en accu.
1. Til het deksel van de achterklep op
21
, verwijder de
mulchstop
24
en plaats de grasopvangzak
22
op de
maaier zodat de zak
33
in de sleuven
39
in de binnenste
plastic oppervlakken op de beugels van de handgreep
schuift. Laat daarna het deksel van de achterklep zakken
21
.
OPMERKING: Verwijder, indien geplaatst, de
uitlaattrechter achteraan
25
en verzeker dat het deksel
van de achterklep
21
volledig omhoog staat voordat u de
grasopvangzak plaatst
22
.
weergegeven op AfbL.
OPMERKING: Let erop dat u net snoer niet inknijpt, uittrekt
of onder spanning zet28 .
Hoogte van de maaimachine afstellen
(Afb. P)
U kunt de maaihoogte afstellen met de hendel
20
voor
dehoogteafstelling.
OPMERKING: Als u niet zeker weet op welke hoogte u moet
maaien, begin dan te maaien met hendel voor de hoogte-
afstelling
20
in hoogste stand en stel de hoogte, naar behoefte,
lager in.
De maaihoogte instellen
1. Trek de hendel
20
van de hoogte-afstelling los van de
vergrendelnok
37
.
2. Verplaats de hendel
20
in de richting van de achterzijde
van de maaimachine als u de maaihoogte wilt verhogen.