EasyManua.ls Logo

DeWalt DCMWSP564 - Page 92

DeWalt DCMWSP564
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
90
NEDERLANDS
ONDERHOUD
Uw gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende
een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum
Stalling (Afb. C, D)
GEVAAR: Het roterende maaiblad kan ernstige
verwondingen veroorzaken. Schakel de maaimachine
uit door de beugelhandgreep los te laten, neem de
veiligheidssleutel uit, neem de accu's uit de machine en til
dan pas de machine op voor het transport of stalling. Stal
de machine op een drogeplaats.
VOORZICHTIG: Knelpunt. Voorkom dat u uw vingers
klemt, houd uw vingers weg bij de handgrepen wanneer
u dezeinvouwt.
U kunt de handgreep van de maaimachine gemakkelijk
invouwen en de machine snel en handigopbergen.
1. Draai de knoppen voor de vergrendeling van de
handgreep
7
op de onderste handgreep, een kwartslag.
2. Draai de handgreep naar de voorzijde van de maaimachine.
Ga voorzichtig te werk zodat u niet het snoer vastklemt
ofuitrekt.
3. Draai de knoppen voor de vergrendeling van de
handgreep
7
een kwart slag om de handgreep in de
stalling in de vergrendelde
stand in testellen.
4. De maaimachine kan rechtop worden opgeslagen, waarbij
de grasopvangbak is verwijderd, of vlak op die wielen van
de machine wordenopgeslagen.
Overbelasting van de maaimachine
Voorkom beschadiging door overbelasting, maai niet te
veel gras tegelijkertijd. Ga langzamer maaien of verhoog
demaaihoogte.
achteren trekt. Duw de maaimachine een beetje naar voren en
verplaats de machine weer zoals uwilt.
OPMERKING: Tijdens het maaien is het mogelijk eenvoudiger
om rond objecten, zoals een boom of planten, te maaien als
de functie voor zelf rijden is uitgeschakeld. De maaier kan
gemakkelijk worden gebruikt terwijl de functie voor zelf rijden
isuitgeschakeld.
Keuzewiel voor variabele snelheid (Fig.L)
Uw maaier is voorzien van een keuzewiel voor variabele
snelheid
36
hetgeen aan de onderkant van de behuizing
van het besturingsmechanisme voor het zelf rijden
28
is
aangebracht. Het systeem past zelf aan hoe snel of langzaam
het systeem voor zelf rijden de maaier moetvoortbewegen.
1. Om de snelheid van het systeem voor zelf rijden te
verhogen, dient het keuzewiel voor de variabele
snelheid
36
in de richting van de pijl gedraaid te worden.
De pijl wordt direct naast het keuzwiel voor de variabele
snelheid 
36
weergegeven.
2. Om de snelheid van het systeem voor zelf rijden te verlagen,
dient het keuzewiel voor de variabele snelheid
36
in de
tegengestelde richting van de pijl gedraaid te worden.
De pijl wordt direct naast het keuzwiel voor de variabele
snelheid 
36
weergegeven.
Systeem voor zelf rijden op variabele
snelheid (Afb. L)
GEVAAR: Scherp bewegend blad. Probeer nooit de
werking van het systeem met de schakelkast, het systeem
voor zelf rijden of de veiligheidssleutel uit te schakelen
omdat dit tot ernstig letsel kanleiden.
De maaimachine is voorzien van een systeem voor zelf rijden op
variabele snelheid. Dit
systeem werkt onafhankelijk van de AAN/UIT‑schakelaar van
het maaiblad. Het kan alleen worden gebruikt als het maaiblad
draait.
1. Volg de instructies zoals beschreven inDe maaimachine
starten.
2. Om het zelf rijden te activeren, dient de
beugelhandgreep
5
tegen de hoofdhandgreep
4
gehouden te worden, met éénhand.
3. Trek met uw andere hand aan de snelheidshendel voor het
zelf rijden
6
in de richting van dehoofdhandgreep.
4. U kunt de snelheidshendel 
6
vasthouden, of
tegelijkertijd zowel de beugelhandgreep
5
als de
sneheidshendelvasthouden.
5. Om het zelf rijden uit te schakelen, laat u de
snelheidshendel
6
los.
OPMERKING: Wanneer u het zelf rijden uitschakelt,
bijvoorbeeld aan het einde van een baan, kunnen de wielen
tijdelijk vergrendeld worden wanneer u de maaimachine naar
3. Sluit de kap van de accupoort. Start de maaimachine
pas wanneer u hebt gecontroleerd dat de kap volledig
isgesloten.
4. Steek de veiligheidssleutel
3
in de Aan/Uit‑schakelkast
1
tot de sleutel volledig in de behuizing zit. De maaimachine
is klaar voorgebruik.
5. De maaimachine is voorzien van een speciale Aan/
Uit‑schakelkast
1
. Duw, wanneer u de maaimachine
wilt gebruiken, op de knop Aan/Uit
2
op de ON/
OFF‑schakelkast
1
en houd de knop ingedrukt,
trek vervolgens de beugelhandgreep
5
naar
dehoofdhandgreep.
OPMERKING: Wanneer de maaimachine loopt, kunt
u de Aan/Uit‑knop loslaten, maar u moet wel de
beugelhandgreep tegen dehoofdhandgreep houden
anders slaat de machine weeraf.
6. U kunt de maaimachine uitschakelen door de
beugelhandgreep
5
los telaten.
WAARSCHUWING: Probeer nooit een schakelaar of de
beugelhandgreep in de ON-stand tevergrendelen.
OPMERKING: Wanneer de beugelhandgreep in de
oorspronkelijke positie is teruggekeerd, wordt het "Automatisch
Remsysteem" ingeschakeld. De motor wordt geremd en het
maaiblad van de grasmaaier komt in drie seconden of minder
tot stilstand. Als het blad van de maaimachine langer dan drie
seconden blijft draaien, gebruik de machine dan niet meer en
laat de machinenakijken.

Table of Contents

Related product manuals