17
NL
• Bevestigdestofadapter(24,afb.E)metde
schroeven (22) op bodemplaat (3).
• Plaatsdestofbuis(25)indestofafvoer
(16 afb. F).
• Plaatsdeslangvanuwstofzuigeropde
stofbuis (25, afb. F).
Zorg voor een goed zicht op uw
werkstuk door de uitlaat achter de
machine te houden.
• Omdemachineinteschakelenhoudtudeon/
off schakelaar ingedrukt (1, afb. A1, pagina 2).
• Wanneerudeon/offschakelaar(1,afb.A1,
pagina 2) loslaat zal de machine uitschakelen.
• Ukuntdeon/offschakelaarblokkerendoor
eerst op de on/off schakelaar (1, afb. A1,
pagina 2) en dan op knop (5, afb. A1, pagina
2) te drukken. De schakelaarvergrendeling kan
worden ontgrendeld door kort op de on/off
schakelaar (1, afb. A1, pagina 2) te drukken.
• Zetdemachinenietneerwanneerdemotor
nog draait. Plaats de machine niet op een
stofgoppervlak.Stofdeeltjeskunnendanin
het mechanisme komen.
• Nahetinschakelenvandemachinedientute
controleren of de machine de maximale
snelheid heeft bereikt voordat u het werkstuk
gaat bewerken.
• Klemhetwerkstukvastenzorgervoordathet
niet kan wegschieten wanneer u aan het
frezen bent.
• Houddemachinestevigvastenbeweeghet
gelijkmatig over het werkstuk. Druk niet op de
machine.
• Gebruikgeenfrezendietekenenvanslijtage
vertonen. Versleten frezen hebben een
negatiefeffectopdeefciëntievande
machine.
• Schakelnagebruikaltijdeerstdemachineuit
voordat u de stekker uit het wandcontact haalt.
De gewenste snelheid kan vooraf worden
ingesteld met de draaiknop. De snelheid kan ook
tijdens het frezen worden gewijzigd.
1 – 2 = lage snelheid
3 – 4 = gemiddelde snelheid
5 – 6 = hoge snelheid
Max = maximale snelheid
De gewenste snelheid is afhankelijk van het
materiaal en kan worden vast gesteld door een
test. Verder vereisen frezen met een grotere
diameter een lagere rotatiesnelheid.
Hard hout >20 mm 1 – 2
10 – 20 mm 3 – 4
<10 mm 5 – max
Zacht hout >20 mm 1 – 3
10 – 20 mm 3 – 6
<10 mm 5 – max
Aluminium >15 mm 1
<15 mm 1 – 2
Plastic >15 mm 1 – 2
<15 mm 2 – 3
Na langdurige perioden gewerkt te hebben met
lage snelheden, dient u de machine te laten
afkoelen door het een paar minuten - zonder
belasting - op een hoge snelheid te laten draaien.
Afb. G+A1
De klemhendel (11) wordt gebruikt om de
maximale hoogte mee in te stellen.
De freesdiepte is daarmee ingesteld. Dit is
gebruikelijk wanneer u de frees op een speciale
freestafel gebruikt.
Denk erom dat de freeskolom niet vergrendeld is.
De frees kan omlaag worden gedrukt, hierbij drukt
u de veren in.
Vergrendel de freeskolom met behulp van de
klemhendel.
De frees is nu vergrendelt en zal niet meer
omhoog veren.
Afb. G+A1
De freesdiepte kan worden ingesteld met behulp
van de knoppen 8, 9, 11 en 15. Wanneer de
freesdiepte juist is ingesteld, kunt u de groef
uitfrezen met een nauwkeurigheid van minder
dan 0,1 mm.