6
H. Storingen opsporen en verhelpen
Storing Mogelijke oorzaken Mogelijke remedies
1. Verwarmingsplaten werken niet
terwijl stroom- en verwarmings-
indicatielampje beide branden.
1. Regelbare thermostaat defect.
2. Ten minste één van de
verwarmingselementen is
doorgebrand.
3. Thermische beveiliging is
geactiveerd.
1. Vervang de thermostaat.
2. Vervang het verwarmingselement.
3. Maak de bodemplaat los en druk de
knop van de thermische beveiliging
weer in.
2. Temperatuurregeling werkt niet
terwijl stroom- en verwarmings-
indicatielampje beide branden en de
thermostaatknop in de juiste stand is
gezet.
1. Regelbare thermostaat defect. 1. Vervang de thermostaat.
3. Stroomindicatielampje brandt niet
terwijl de stroom ingeschakeld is en
het apparaat normaal verwarmt.
1. Indicatielampje defect. 1. Vervang het indicatielampje.
4. Indicatielampje brandt niet als de
aan/uitschakelaar wordt ingeschakeld.
1. Onjuiste netvoeding of geen
voedingsspanning.
2. Stop is doorgebrand.
1. Controleer de stroomtoevoer van
het elektriciteitsnet en de
aansluitingen.
2. Vervang de stop.
Bovenstaande lijst storingen geeft niet meer dan een indicatie. Schakel het apparaat uit als er een storing optreedt en
roep voor controle en reparatie de hulp in van een erkend vakman.
I. Stroomloopschema
E
GREEN-YELLOW
BLUE
BROWN
~230V、50Hz
N
E
L
SA
HL1
SB
HL2
EH2
EH1
GH- 811 GH- 811B GH- 811C
263501 / 263600 / 263655
E
GREEN-YELLOW
BLUE
BROWN
~230V、50Hz
N
E
L
SA1
HL1
SB1
HL2
EH2
EH1
SA2
HL3
SB2
HL4
EH4
EH3
263709 / 263808 / 263907
HL1, HL3 - Stroomindicatielampje
HL2, HL4 - Verwarmingsindicatielampje
SA, SA1, SA2 - Regelbare thermostaat
A - Aardaansluiting
SB, SB1, SB2 - Regelbare thermostaat
EH1, EH2, EH3, EH4 - Verwarmingselement