NL - Pagina 4 van 7
b) Apparaten opladen met de powerbank
Deze powerbank hee twee USB-A aansluingen (USB-A 1 OUT / USB-A 2 OUT).
Om een apparaat op te laden met de powerbank, verbindt u de meegeleverde USB-kabel
(USB-C voor USB-A) met een van de beide USB-A aansluingen (USB-A 1 Out / USB-A 2 Out)
aan de powerbank en het andere uiteinde (USB-C) met de aansluing van het op te laden ap-
paraat. Mocht het apparaat een andere aansluing hebben, gebruik dan de bij het apparaat
horende kabel of een adapter.
Als de oplaadprocedure niet automasch start, druk dan op de ON/OFF toets om deze met
de hand te starten.
U kunt ook twee apparaten tegelijk opladen met de powerbank, bijvoorbeeld een tablet aan
de USB-A 1 OUT aansluing en een smartphone aan de USB-2 OUT aansluing.
Uiteraard kunt u ook uw eigen USB-laadkabel gebruiken om de powerbank te verbinden met
uw toestel.
Als een apparaat opgeladen wordt met de powerbank en de powerbank is bijna leeg, dan
wordt dat aangegeven door knipperen van de laatste statusled. Laad dan de powerbank op.
Houd er rekening mee dat jdens het opladen van een apparaat met de powerbank zo‘n 30%
van de totale capaciteit alleen al door het oplaadproces verbruikt wordt. Dit is het gevolg van
onder meer vermogensverlies door warmteafgie en spanningswisseling.
Voor opmale prestaes moet de powerbank regelmag gebruikt worden. Als de powerbank
niet regelmag gebruikt wordt, laad de powerbank dan ten minste iedere drie maanden een
keer volledig op.
Zorg dat het apparaat de warmte die jdens het oplaadproces ontstaat af kan geven (het
beste is om het apparaat jdens het opladen op een stevige en warmtebestendige onder-
grond te leggen).
Het opladen en de actuele oplaadstatus wordt aangegeven door de led-statuslampjes. Als de
powerbank volledig opgeladen is, blijven de led-statuslampjes branden. De benodigde oplaadjd
van de powerbank is aankelijk van de gekozen oplaadbron en de output daarvan (max. 5V / 2A).
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
Gevaren voor kinderen en voor personen met een beperking in fysieke, zintuiglijke
of psychische capaciteiten:
Kinderen onderschaen gevaren vaak of zijn er zich helemaal niet van bewust. Dit apparaat
is niet bedoeld om door personen (ook kinderen) met een beperking in fysieke, zintuiglijke of
psychische capaciteiten of gebrek aan ervaring en/of kennis gebruikt te worden, tenzij het
gebruik plaatsvind onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of
als ze van een dergelijke persoon instruces gekregen hebben over gebruik van het apparaat en de
gevaren die verbonden zijn met gebruik van het apparaat. Kinderen zonder toezicht mogen geen
toegang hebben tot het apparaat. Laat kinderen niet spelen met het apparaat.