EasyManua.ls Logo

LaserLiner CableTracer Pro - Page 40

LaserLiner CableTracer Pro
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
40
NL
7B-6 Lokalisatie van geleiders op ontoegankelijke plekken
7B-5 Niet-geleidende installatiebuizen vinden
De ontvanger bereikt de beste ontvangstresultaten en dus grotere reikwijdten als de lus tussen de
meetleiding (rood) en de retourleiding (zwart) zo groot mogelijk is. Dit kan bijv. worden gerealiseerd met
een verlengkabel, zie afbeelding j. Deze opbouw is vooral zinvol als onder spanning moet worden gewerkt.
Meet- en retourleiding dienen een minimale afstand van 2m te hebben. Neem ook de tips 2, 3 en 6 in acht.
Aanbevolen instelling bij de ontvanger: automatische zoekmodus, zie hoofdstuk 5B.
Tip 10: de aansluiting van de retourleiding (zwart) kan ook via de neutrale geleider (N) geschieden.
Meet- en retourleiding dienen in dat geval in dezelfde stroomkring te liggen.
Voer een kabelsonde (koperdraad) of een trekdraad in de niet-geleidende installatiebuis. Sluit de zender
met de rode kabel (+) op de sonde en de zwarte kabel (-) op een aardpotentiaal aan en schakel de zender
in. Schakel vervolgens de ontvanger in en begin met de lokalisatie. Nu kan de ontvanger het verloop van
de installatiebuizen met behulp van de sonde opsporen. Neem ook tip 3 in acht.
Aanbevolen instelling bij de ontvanger: automatische zoekmodus, zie hoofdstuk 5B.
– Schakel het meetcircuit spanningsvrij.
– Neem bij werkzaamheden onder spanning altijd de veiligheidsinstructies in acht.
!
Schakel bij kabelkanalen de andere in het kanaal voorhanden leidingen stroomloos en verbind
ze met een aardpotentiaal.
– Schakel het meetcircuit spanningsvrij.
!
j

Related product manuals