8
Gebruik in de auto
Controleer voor de aankoop of de autostoel goed in de auto
past. De stoel moet altijd goed bevestigd zijn, zelfs al is deze
niet in gebruik. Een los zitje kan andere passagiers verwonden
in geval van een noodstop.
Als de gordel te verstellen is, maak deze dan in de laagste positie.
Bij het installeren van het baby-autozitje op de passagiersstoel,
de rugleuning moet in een volledig verticale positie en de
hoofdsteun naar beneden. Wanneer het autostoeltje niet
gebruikt wordt, kan de passagiersstoel (en hoofdsteun) naar
wens worden aangepast.
Om beschadiging op het stoeltje te voorkomen, klem deze niet
vast onder of tussen zware bagage, verstelbare stoelen en
dichtslaande deuren. Zorg ervoor dat er geen bagage en andere
voorwerpen in de buurt zijn, wat een letsel kan veroorzaken bij
een ongeluk.
Bedek de stoel, wanneer de auto geparkeerd is in de zon, omdat
plastic en metalen delen heet kunnen worden en de bekleding
verkleurd. Gebruik altijd een autostoel, ook voor kleine eindjes,
dan gebeuren de meeste ongelukken. Hou de baby nooit op
schoot tijdens het rijden. Door de enorme krachten die vrijkomen
met een ongeluk, is het onmogelijk uw kind vast te houden.
Gebruik nooit dezelfde gordel voor u zelf en uw kind.
WAARSCHUWING
Alleen bestemd voor gebruik in voertuigen
die uitgerust zijn met, conform de
ECE R16 of andere vergelijkbare norm,
goedgekeurde 3-puntsveiligheidsgordels.
Autostoeltje voor kinderen van
0-13 kg (vanaf geboorte tot 12 maanden)
mogen NOOIT gebruikt worden met een
2-puntsveligheidsgordel.
2