‑ 72 ‑NL
opbergvakje sluiten en de hoofdsteun hoger zeen.
De harnasverbinding moet voor toekomsg gebruik op een veilige plaats worden bewaard.
De hoofdsteun moet zo worden afgesteld dat de schoudergordels zich op dezelfde hoogte
bevinden als de schouders van het kind. De gordels mogen niet te hoog zijn (op de oorlijn
of zelfs hoger) en ook niet te laag (bijvoorbeeld achter de rug van het kind).
Zie: a. 7.
A – te laag B – te hoog C – ideale schoudergordelhoogte
AANPASSING VAN DE ZITHOEK
Het stoeltje kan worden ingesteld op vier verschillende hellingshoeken (a. 11).
Om het stoeltje te kantelen, pakt u de hendel (L) tussen de zing en het onderstel vast en
stelt u de gewenste hoek in (a. 10).
Groep I Groep II, III
Posie 1 – 4 Posie 1
VERWIJDERING VAN DE BEKLEDING
1.
De 5-puntsgordels van het stoeltje verwijderen (ZIE: VERWIJDERING VAN
VEILIGHEIDSGORDELS).
2. Verwijder de bekleding van de basis, de rugleuning en vervolgens de hoofdsteun door
de rubberen clips te verschuiven en te verwijderen.
Om de bekleding opnieuw aan te brengen, herhaalt u de bovenstaande stappen in omgekeerde
volgorde.
LET OP: Gebruik het stoeltje nooit zonder de bekleding.
MONTAGE
Met behulp van de auto veiligheidsgordels
Groep I (9 – 18 kg)
Het kind wordt vastgemaakt met veiligheidsgordels.
1. Zet het stoeltje op de bank van de auto.
2. Trek aan de auto veiligheidsgordel (a. 12).
3. Haal het schoudergedeelte van de gordels door de schoudergordelgeleider (P).
4. Haal het heupgedeelte van de gordel door de heupgordelgeleider (M).
5.
Leid de gordels onder het reduce inlegstuk van het stoeltje en het rugleuningmateriaal (a. 13).