EasyManua.ls Logo

Meec tools 021743 - Page 106

Meec tools 021743
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NL
106
Het laadstation kan naast een schuur- of
huismuur worden geplaatst. Er moet ten
minste 1 meter rechte en onbelemmerde
grensdraad voor het laadstation zijn en bij
de plaatsing moet rekening worden
gehouden met deze vereisten.
De stroomadapter wordt op een wand
geplaatst, ten minste 30 cm boven de
grond, en de laagspanningskabel moet
indien mogelijk buiten het maaigebied
worden gelegd. Als de kabel volledig of
gedeeltelijk in het maaigebied moet
liggen, moet deze worden ingegraven.
AFB. 1
AFB. 2
1. Strip ongeveer 10 mm isolatie van een
van de uiteinden van de grensdraad.
AFB. 3
2. Sluit de grensdraad aan op de ene klem.
De rode klem (A) is de UIT-richting van het
systeem. Haal de aangesloten grensdraad
door de sleuf in de bodemplaat van
het laadstation. Leg de grensdraad op
de grond en veranker deze langs de
grenslijn van het maaigebied. Wanneer
de volledige lus is geplaatst, knipt u de
overbodige draad af, verwijdert u 10 mm
isolatie van het uiteinde en sluit u dit op
de andere klem aan. De zwarte klem (B) is
de IN-richting van het systeem.
AFB. 4
DE GRENSDRAAD INSTALLEREN
LET OP!
De maximale toegelaten lengte van de
grensdraad is 300 m.
1. De grensdraad moet 25 cm binnen
de grens van het maaigebied worden
geplaatst. Gebruik hiervoor de
afstandsmal. In gebieden met oneen
grond moeten de haringen mogelijk
steviger worden vastgezet.
AFB. 5
AFB. 6
2. Wanneer er zich obstakels in het
maaigebied bevinden die volledig op
maaihoogte liggen en waar de maaier
zonder probleem overheen kan (bv.
opritten en voetpaden), kan de afstand
van de grensdraad tot de grens van het
maaigebied worden teruggebracht van
30 tot 8 cm.
AFB. 7
AFB. 8
Gebieden beschermd tegen maaien en
smalle doorgangen
De grensdraad kan in een lus worden geplaatst
om een 'eiland' te vormen rond bloembedden,
tuinperken, struiken, bomen of soortgelijke
gebieden, zodat de maaier hier niet komt.
Deze eilanden moeten zo worden gevormd dat
er geen doorgangen kleiner dan 0,8 m zijn.
AFB. 9
AFB. 10
Hoeken
De hoeken moeten stomp zijn (een hoek van
90° of groter) en de grensdraad moet aan
beide kanten recht over de hoek lopen.
AFB. 11
AFB. 12
Hellingen
De robotgrasmaaier kan zonder probleem
hellingen tot 35% aan, wat overeenkomt met
20°. Deze hellingshoek mag niet worden
overschreden. Meet en bereken zoals hieronder
omschreven.
AFB. 13

Related product manuals