72
2023_001
NL
11 Problemen oplossen
Probleem Oorzaak Oplossing
Het product gaat niet aan.
De stekker is niet aangesloten. Steek de stekker in een stopcontact.
Het stopcontact is niet voorzien van
stroom.
Gebruik een ander stopcontact.
De zekering is doorgebrand.
Zet andere producten uit die op
hetzelfde circuit zijn aangesloten en
vervang de zekering.
Het verlengsnoer is kapot.
Vervang het verlengsnoer of gebruik
het product zonder het verlengsnoer.
De druk in het systeem is niet constant.
Er zit lucht in het systeem.
Zorg dat alle slangen en
aansluitingen luchtdicht zijn.
De kleppen zijn geblokkeerd, versleten
of kunnen niet bewegen.
Neem contact op met een erkend
servicecentrum.
De afdichtingen van de pomp zijn
versleten.
Neem contact op met een erkend
servicecentrum.
Het product wordt uitgeschakeld.
Het stopcontact heeft een onjuiste
spanning.
Controleer of de netspanning in het
stopcontact overeenkomt met de
nominale spanning op het
typeplaatje van het product.
Het product is oververhit en de
oververhittingsbeveiliging wordt
ingeschakeld.
Wacht minimaal 5minuten totdat
het product is afgekoeld voordat u
het product weer gebruikt.
De spuitmond in de sproeikop is
gedeeltelijk verstopt.
Reinig de spuitmond in de
sproeikop. Zie “6.3 Spuitmond van
sproeikop reinigen” op pagina 70.
Het product pulseert.
Er zit lucht in het tuinslang.
Verwijder de lucht uit het systeem.
Zie “4.4 Het product ontluchten” op
pagina 68.
De watertoevoer is onbevredigend. Zorg dat de waterdruk voldoende is.
De spuitmond in de sproeikop is
gedeeltelijk verstopt.
Reinig de spuitmond in de
sproeikop. Zie “6.3 Spuitmond van
sproeikop reinigen” op pagina 70
Het filter in de waterinlaat is gedeeltelijk
verstopt.
Reinig het filter. Zie “6.2 Het filter
reinigen” op pagina 69.
De tuinslang is geknikt of zit bekneld.
Zorg dat geen enkel deel van de
tuinslang geknikt of bekneld raakt.
Het product gaat aan, maar er komt geen
water uit de sproeikop.
De pomp, slangen of accessoires zijn
bevroren.
Laat het product opwarmen.
Gebruik het product niet bij
omgevingstemperaturen onder 0°C.
De tuinslang is niet aangesloten. Sluit de tuinslang aan.
Het filter in de waterinlaat is verstopt.
Reinig het filter. Zie “6.2 Het filter
reinigen” op pagina 69.
De spuitmond in de sproeikop is
verstopt.
Reinig de spuitmond in de
sproeikop. Zie “6.3 Spuitmond van
sproeikop reinigen” op pagina 70.