4. WERKING EN GEBRUIK
Zoals aangetoond in figuur 1.1:
Klik in de uitschakelstatus op ① en de unit wordt gestart
Klik in de opstartstatus op ① en de unit wordt uitgeschakeld.
(2) Modusschakelaar en doeltemperatuurinstelling
2.2 1 Modusschakelaar
Klik in de hoofdinterface op de modusknop of de instelknop voor de
inlaatwatertemperatuur, de interface wordt als volgt weergegeven:
Klik op de koelmodusknop ① , de automatische modusknop ② of de
verwarmingsmodusknop ③, waardoor u de overeenkomstige modus kunt selecteren.
Opmerking: wanneer de unit is ontworpen enkel voor automatische modus of thermische
modus, kan de modus niet worden gewijzigd.
2-2 Doeltemp. instellen
Klik op de temperatuur instelknop ④, u kan nu de doeltemperatuur instellen.
(3) Klokinstelling
Klik in de hoofdinterface op de knop Instellingen van de klok, de interface wordt als volgt
weergegeven: