® PLAATSEN EN AANSLUITEN
BEDIENINGSELEMENTEN
Het tvoeptaauebevindt zichaandeachterkant vanhet apparaat.
987654
3
21
14 13 12
11
10
UI
"tl
e
Voorkant
:
10 PHONES
Aansluit
punt
voo
r de
hoof
dtelefoon.
..
-.:
Gl
P
OWER
O
N/
OFF
Voor het aan- en u
itzett
en van het
VOLUME
Voor h
et
regelen van h
et
volum e
"tl
Gl
apparaat.
wann
eer u de h
oofdte
lefoon
2
gebru ikt.
2 SIDE A·B Voor het kiezen van kant A of kant
8 van de casse tte.
11 APPEND Voor het zoeken van ee n vrije
posit ie op de
cassette
geschikt
3 OPEN/CLOSE
Voor het opene n en
sluiten
van de
voor
opne
men.
casse
tte
houder.
Het
apparaat zoekt
een
vrije positie
op de
cassette
(mits
u altijd de
4 DISPLAY Op het display
wordt
allerlei
APPEND
functie
gebruikt
heeft
informa
tie
weergegeven
.
voor
het
opnemen).
Zodra deze
gevonden
is,
kunt
u
5 RESET
Voor het
terugstellen
van de teller
zonder
problemen
opnemen
.
"
nn
n
n"
op u
uuu
RECORD Voor
het
opnemen
van de
door
u
TIME
Voor het oproepen van tijdinformatie .
gekozen gelUidsbron.
TEXT Voor het
oproepen
van
12 RECORD BALANCE Voor
het
regelen van de balans
tekstinformatie.
tijdens
het
opnemen
.
6
RECORD LEVEL Voor
het
regelen van het
13
REWIND
Voor
het
achterurtspoelen van de
opnameniveau
.
band.
7
DOLBY
B/C NR
Voor
het
kiezen van de
PREVIOUS Voor het terugspoelen van de band
DOL
BY
NR-functles
.
naar het begin van het huidige
nummer
.
DIGITALANALOGUE
Voor
het kiezen van de
gewenste
opname-ingang.
STOP
Voor het
stoppen
van de band .
RENUMBER
Voor
het
corrigeren van de
PLAY Voor het starten van de
weergave
.
volgorde
van de
(track)nummers
op
de band.
NEXT Voor het
doo
rspoelen van de band
naar het begin van het
volgende
8 WRITE
MA
RK Voor het schrijven van
oiverse
nummer
.
markeri
ngen
.
WI ND Voor
het
vooruitspoelen
van de
MAR
K ERASE Voor
het
wissen
van
diverse
band .
markeri
ngen
.
14 REPEAT Voor
het
herhalen van het huidige
9
RECORD M UTE Voor het o
pnemen
van
een
digitale
numme
r en van de
hele
cassette.
stil te.
RECORD PAUSE
Voor
het
tijdelijk
onde
rbreken van
de
opname
en voor
het
schakelen
naar de opname-pauzestand
12
DIGITAL IN - Sluit één
uiteinde
van de coax kabel aan op
de ingang van
uw
DCC300 en
het
ancere
uiteinde
op de
corresponderende
digitale uItgang van b.v.
een
CD-
speler of DAT-recorder.
A
NA
LOG IN - S
teek
een rode steker in de bus R en de
an
dere
s
teke
r in de bus L van
uw
DCC300. Steek de
tw ee an
dere
s
teke
rs in de co rres pon
dere
nde bussen
van de DCC uitga ngen van
uw
verst erker . U ku nt ook de
TAP E of AU X uitgangen van
uw
versterker gebruiken.
ANAL
OG OUT - Steek een rode ste ker in de bus R en de
an
dere
s
teker
in de bus L van uw DCC300.
Steek
de
tw ee an
dere
ste kers in de
corres
ponde rende bu ssen
van de DCC ingangen van
uw
versterker. U
kunt
ook
de
TAPE of
AUX ingangen van
uw
vers
terker
geb
ruiken.
Sluit de apparaten
met
de bijgeleverde kabels als volgt aan:
DIGITAL
OUT
- Deze uitgang
levert
een
dlgltal signaal
langs
electrische
weg
en kan
daarom
alleen aangesloten
worden
op een apparaat
met
een
digitale Ingang. b.V.
versterker, DCC of DAT. Gebruik hiervoor een cinch-kabel
(niet bijgeleverd)
met
een
cinch
plug aan ieder eind
• Trek de ne
tstekker
nooi t aan de kabel Uit
het
sto
pcon
tact m aar altijd bij de behuizing.
Enkele advi
eze
n:
• Indien
het
apparaat
geduren
de enige tijd
niet
wordt
gebruikt.
het
apparaat Uitschakelen en de ne
tstekker
uit
het s
topcontact
nemen
.
• Kies de jUiste netspermmq
met
de spanrunqskiezer aan
de
achterkant
van
uw
DCC.
• Raak, nadat u de stekker Uit h
et
stopcontact heb t
genomen,
nooit de
twee
con tact
pennen
aan. De
DCC300 heeft
enke
le
seconden
nodig
om
te ontladen .
• De DCC
300
is nu klaar
voor
gebruik
. Veel plezier!
• Steek de
kleinste
stekker
van de bijgeleverde net kabel
In de
MAINS
Ingang van
uw
DCC300 en de
netstekker
In
het
stopcontact.
•
4
Uitgangen
(links/rechts)
voor
een
analoog audiosignaal.
Uitgang
voor een digitaal
audiOSignaal.
Ingangvoor een digitaal
audiosignaal.
Ingangen (hnks/rechts!
voor
een
analoog audiosignaal.
Kies met deze spanninqskiezer de
n
et
spanning die m
et
uw
locale
nets panni ng
ove
reen
komt
1220-240V, 110-120V!
3
W
AA
RSCHUW
ING
Sluit
het
netsnoer
pas
aan
als
de
andere
aansluit
ingen
k
laar
zijn en u
de
op
het
typep
la
atje
aangegeven
netspanning
gecon
troleerd
hebt
.
Zorg
voor
een vrije
ruimte
om
het
apparaat van een paar
cen
timeter
en sluu
geen
ventil
atiegaten af .
3 ANALOG IN
• Nadat u het apparaat op een zorgvul dig gekozen plaats
geïnstalleerd
hebt, m oet het aan de nieu
we
omgevingstempera
tuu r w ennen . Laat de DCC 300
daa
rom
ongevee
r 30
minuten
me
t rust, zodat even tuele
con
densatie
kan verdampen.
Als u dit advies ni
et
opv
ol
gt
, kan
de
elek
tronic
a in
het a
ppa
raa
t bes chadi
gd
word
en
!
ANALOG OUT
• Plaats de DCC300 niet in een vochtige. sto ffige. te
warme
of te
koude
plaatsen Izoals
bovenop
de
versterker!
en
niet
In de buurt van
magnetische
velden
fb.v.
een
TV),
daar dit de levensduur van het apparaat nadelig beïnvloedt.
• Bij het
ops
tellen van de apparatuur de 'DCC
300'
onderaan plaatsen.
DIGITAL OUT
4 DJGJTAL IN
2
VOL
TAGE
SELECTO R
Plaa
ts
en en aans
luit
en:
Aan
slu
itp
u
nten
op
de
achterk
a
nt
:
1 M AIN S Zorg
ervoor
dat
het
apparaat via de
bijgeleverde netkabel op de iu
iste
netspanning wo rdt aangesloten.
2
ID
C.
ID
~
iii
::l
C.
UI
56
57