37
3.2 Maximum kabeldikte aansluitingen
50-75
100-150
200-300
400-600
Netspannin
2.5mm² 2.5mm² 2.5mm² 2.5mm²
ccu's 2.5mm² 6mm² 6mm² 10mm²
Uit
an
sspannin
2 uit
an
en
2.5mm² 6mm² 6mm² 10mm²
Overdracht alarmsignaal
loskoppelbaar
1.5mm² 1.5mm² 1.5mm² 1.5mm²
4 Ingebruikneming
Open de accuzekering of de zekering voor de kaarten van 50 tot 150W, die zijn voorzien van een
automatische zekering: de accukabels aansluiten op de klemmenstrook maar niet de accuklemmen
aansluiten.
Nadat u alle elektrische aansluitingen (netspanning, uitgangsspanningen en accu's) hebt aangesloten.
1. De differentiaaluitschakelaar van de netspanning stroomopwaarts sluiten.
2. De uitgangspanning van de uitgangsspanning controleren. De LED van de moederkaart wordt
rood.
3. Sluit de accuzekering of sluit de accuklemmen aan voor de kaarten van 50 tot 150W.
4. Controleer de goede werking van de LED op de moederkaart:
o alles ok: groen,
o storing netspanning: oranje,
o storing accu of laadapparaat of geen uitgangsspanning: rood (deze storing is
prioritair ten opzichte van de storing in de netspanning).
5. aardkabel en de vlakbandkabel (indien aanwezig) aansluiten.
6. De kap sluiten.
Uw apparaat is in staat van werking wanneer de 2 groene LEDs voor de netspanning en de accu
branden
5 Bediening van de AES
5.1 Alarmsignalen
Netfout (normale bron): wordt lokaal aangegeven door een gele LED en op afstand door een
potentiaalvrij contact (failsafe) met timer
Als er geen netspanning is of deze <195V is.
Als de netbeveiliging defect is of ontbreekt.
Als het product defect is
Accufout (backup): wordt lokaal aangegeven door een gele LED en op afstand door een potentiaalvrij
contact (failsafe)