EasyManua.ls Logo

Stiga AS 55 - Page 52

Stiga AS 55
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
52
NEDERLANDS
NL
Translation of the original instructions
6.3 BOUGIE
Controleer de bougie één keer per jaar of na iedere honderd
gebruiksuren.
Reinig of vervang de bougie als de elektroden zijn verbrand.
De motorfabrikant raadt het volgende aan: LD F7TC of ge-
lijkwaardig.
Elektrodeafstand: 0,7 - 0,8 mm.
6.4 CARBURATEUR
De carburateur wordt in de fabriek afgesteld. Neem contact
op met een erkend servicecentrum als de carburateur moet
worden afgesteld.
6.5 BANDENSPANNING
Voor de beste prestaties moet de luchtdruk in beide banden
gelijk zijn. Zorg ervoor dat er doppen op alle ventielen blij-
ven om te voorkomen dat er vuil in het ventiel komt als de
banden worden opgepompt.
Aanbevolen waarden zijn: 1,2 bar.
6.6 SMEREN
Voer nooit onderhoudswerkzaamheden uit voor-
dat:
- de motor is gestopt
- de kabel is losgekoppeld van de bougie.
6.6.1 Verbindingen
Zie afb. 4. Smeer de verbindingen iedere 10 gebruiksuren en
voorafgaand aan langdurige stalling. Gebruik 10W-olie.
6.6.2 Versnellingsbak
Geen van de onderdelen in de versnellingsbak hoeft te wor-
den gesmeerd.
7 SERVICE EN REPARATIE
Voer nooit onderhoudswerkzaamheden uit voor-
dat:
- de motor is gestopt
- De startkabel is losgemaakt van de bougie.
Als de machine volgens de instructies aan de voorkant moet
worden opgetild en op de vijzelbehuizing moet rusten, dan
moet eerst de benzinetank worden geleegd.
Leeg de benzinetank buiten, wanneer de motor
koud is. Roken is tijdens deze handeling verboden.
Leeg de inhoud in een container die voor benzine
is ontworpen.
7.1 PROBLEMEN OPLOSSEN
7.2 AFSTELLEN SNEEUWSCHUIVER EN GELEI-
DERS
De sneeuwschuiver (1:V) kan bij langdurig gebruik slijten.
Stel de sneeuwschuiver (altijd in combinatie met de gelei-
ders) tot op de gewenste afstand van de grond af.
De sneeuwschuiver is omkeerbaar en kan dus aan beide kan-
ten worden gebruikt.
Zie "5,8".
7.3 ALGEMEEN OVER AANDRIJFRIEMEN
De aandrijfriemen moeten één keer per seizoen worden ge-
controleerd, afgesteld en indien nodig worden vervangen.
Deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een
erkend servicecentrum.
Probleem Mogelijke oor-
zaak
Oplossing
Motor start
niet.
Motor verzopen. Meerdere keren probe-
ren te starten met vol
gas en choke DICHT
Water in de brand-
stof of oude brand-
stof.
Leeg de tank en vul
deze met nieuwe brand-
stof.
Anders. Controleer de startpro-
cedure volgens deze
handleiding zorgvuldig.
De motor
start moeilijk
of loopt
slecht.
Bougie defect. Vervang de bougie.
Ventilatie benzi-
nedop geblokkeerd.
Reinig de ventilatie.
Vijzel draait
niet.
Vreemd object
blokkeert het func-
tioneren.
Reinig.
Borgpen gebroken. Vervang de gebroken
pen.
Aandrijfriem vijzel
slipt.
Stel de riem en de
bedrading af.
Aandrijfriem vijzel
kapot.
Vervang de riem.
Vijzel stopt
niet als de
hendel wordt
losgelaten.
Aandrijfriem vijzel
niet goed afgesteld.
Stel de riem opnieuw
af.
Geleider aandrijf-
riem niet goed
afgesteld.
Stel de geleider
opnieuw af.
Sneeuwfrees
trekt naar één
kant.
Bandenspanning
niet gelijk.
Stel de bandenspan-
ning af.
Geleiders niet
gelijk afgesteld.
Stel de sneeuwschuiver
en de geleiders af.
Sneeuwschuiver
niet gelijk afge-
steld.
Stel de sneeuwschuiver
en de geleiders af.