PROGRAMMERING VAN TWEEVLEUGELIGE DRAAIPOORTEN, MET ENCODERBESTURING EN ZONDER
ELEKTRISCHE EINDSCHAKELAARS
In dit geval neemt de besturingskast AUTOMATISCH alle gegevens van het einde van de beweging waar. Het programmeren
is nauwkeuriger en sneller dankzij de encodersensoren. Ook de vertraging tussen de twee poortvleugels en het afremmen
wordt automatisch ingesteld. Om dit te veranderen hoeft u tijdens de GEAVANCEERDE programmering na punt 3e slechts de
nieuwe waarden in te geven.
Vóór het programmeren moet de juiste configuratie en aansluiting van de ingangen gecontroleerd worden door middel van de
leds (det. 22 afb. A):
De leds BSC, BSA, FT1, FT2, J2 en STP moeten AAN zijn.
De leds J1, PC, PA, PED en P/P moeten UIT zijn.
Ook wanneer de ENCODER-besturing aanwezig is moeten de mechanische openings- en sluitaanslagen (stops) op beide
automatische poortvleugels worden geïnstalleerd.
Deze moeten stevig genoeg zijn om de bewegende poortvleugels te stoppen.
Vanaf dit punt kunnen we op twee manieren verder gaan:
STANDAARD programmering waarbij de vooringestelde waarden VERTRAGING en AFREMMEN onveranderd
blijven, ga over naar punt 4a.
GEAVANCEERDE programmering, ga over naar punt 7a om nieuwe gegevens voor VERTRAGING en AFREMMEN in te
stellen.
GEAVANCEERDE programmering
DIP 9 op OFF TIJDENS het programmeren: de afremtijden worden NIET veranderd.
DIP 9 op ON pas NA het programmeren: de vooringestelde afremtijden worden geactiveerd.
DIP 9 op ON TIJDENS het programmeren: de besturingskast is gereed om nieuwe gegevens voor het begin van het
afremmen te ontvangen. U hoeft niet ALLE gegevens in te stellen.
Schakel de stroomvoorziening van de besturing uit.
Ontgrendel de motoren en zet de poortvleugels in de “bijna geopende” stand.
Vergrendel de motoren weer en schakel de stroomvoorziening van de installatie weer in.
Houd de PROG-knop (det. 15 afb. A) ongeveer 3 seconden ingedrukt totdat de led LD1
(det. 18 afb. A) gaat branden.
Nu bevindt de besturingskast zich in de programmeerfase.
Druk op de P/P-drukknop voor stap-voor-stap-bedrijf (detail 17 van afb. A); de poortvleugel
met de motor M2 moet beginnen te sluiten.
Als de poortvleugel daarentegen in de openingsrichting beweegt, dan moet u het
programmeren stoppen (de stroom uitschakelen), de bedrading van de motor M2 omkeren en
de procedure vanaf punt (1) herhalen.
Als er tijdens de beweging een led dicht bij het klemmenbord ENC M2 (det. 7 afb. A)
gaat branden (knippert), dan betekent dit dat de encoder M2 goed functioneert.
Als de motor stopt voordat de eindaanslag is bereikt, verhoogt u de instelling van de
trimmer voor de kracht.
2
3b
3a
3d
6b
3c
3e
STOP
STOP
M1
M1
M1
M1
M1
M2
M2
M2
M2
M2
P3
P3
P/P
P/P
LD1
LD1
PROG.
PROG.
6c
5
M1
M1
M1
M2
M2
M2
6a
FINE PROG.
4a
4b
M1
M1
M2
M2
Als de poortvleugel met M2 volledig gesloten is, stopt de motor en start de andere motor (M1)
om de poort te sluiten.
Ook in dit geval als de motor begint te openen moet u de stroom uitschakelen, de bedrading
van M1 omkeren en de programmeerprocedure vanaf punt (1) herhalen.
Als de motor stopt voordat de eindaanslag is bereikt, verhoogt u de instelling van de
trimmer voor de kracht.
Als de poortvleugel met M1 volledig gesloten is, stopt de motor en automatisch beginnen te
openen.
STANDAARD programmering
Nadat de sluitaanslag is bereikt zal M1 automatisch weer openen.
Als de poortvleugel met M1 de openingsaanslag heeft bereikt, start de andere
motor M2.
Wanneer de poortvleugel met M2 volledig geopend is (de poortvleugel heeft de
mechanische stop bereikt) start het opslaan van de pauzetijd in het geheugen (als
de automatische hersluiting niet gebruikt wordt, kan direct overgegaan worden
naar punt (6a).
Als de gewenste pauzetijd voorbij is, drukt u op de P/P-knop en zal de motor M2
beginnen te sluiten.
Als de poortvleugel met M2 de sluitaanslag heeft bereikt, begint de andere motor
M1 te sluiten.
Als de poortvleugel met M1 volledig gesloten is, stopt de motor, de led LD1 zal uit
gaan en de besturingskast zal de programmeerfunctie verlaten.
Controleer: kracht, tijden en stoppunten. Wij adviseren u om af te wegen om
afrempunten (DIP 9 op ON) in te stellen om de stootkracht tegen de aanslagen te
beperken en op die manier slijtage van de mechanische onderdelen te
verminderen.
Herhaal de programmering na eventuele veranderingen aan de mechanische
eindaanslagen.
Na punt 3e begint de poortvleugel met M1 te openen.
Druk op P/P als M1 de gewenste vertragingshoek bereikt, dan zal de motor even
stoppen en daarna weer beginnen te openen.
Daarna moet u met P/P het startpunt van het AFREMMEN met de hand
instellen als DIP 9 op ON gezet is. De motor stopt even en zal daarna weer
beginnen te bewegen. Anders moet gewacht worden tot de poortvleugel de
aanslag heeft bereikt.
Als de poortvleugel met M1 volledig geopend is, stopt de motor en start de andere
motor (M2) om de poort te openen.
Daarna moet u met P/P het startpunt van het AFREMMEN met de hand
instellen als DIP 9 op ON gezet is. De motor stopt even en zal daarna weer
beginnen te bewegen. Anders moet gewacht worden tot de poortvleugel de
aanslag heeft bereikt.
Wanneer de poortvleugel met M2 volledig geopend is (de mechanische stop heeft
bereikt), dan zal de motor stoppen en zal het opslaan van de pauzetijd in het
geheugen starten (als de automatische hersluiting niet gebruikt wordt, kan direct
overgegaan worden naar punt (6a).
7c
7a
7b
M1
M1
M1
M2
M2
M2
8
M1 M2
NLINL
73
74