• Denk erom dat naarmate uw kind actiever wordt, het risico toeneemt dat het
kind uit de draagzak valt.
• Draag slechts één kind tegelijk in de babydraagzak.
• De kin van kind mag NOOIT op de eigen borst rusten, omdat de luchtwegen
in deze positie gedeeltelijk geblokkeerd kunnen raken. Er moet altijd een
ruimte van ten minste twee vingers onder de kin van het kind vrij blijven.
Degene die het kind draagt, moet erop letten dat de luchtwegen van het kind
vrij blijven en dat het kind ALTIJD normaal ademt.
• Te vroeg geboren zuigelingen, zuigelingen met ademhalingsproblemen en
zuigelingen jonger dan 4 maanden lopen de grootste kans op verstikking.
• Plaats uw kind altijd op de juiste wijze in de draagzak en let er daarbij ook
op dat de beetjes goed zitten. U moet de positie van uw kind regelmatig
te controleren. Het kind moet goed in het midden van de draagzak zitten
met de beentjes gespreid en het hoofdje rechtop. Het kind mag niet naar
beneden zakken. Controleer regelmatig of de beentjes en voetjes niet zijn
bekneld wanneer het kind in de draagzak zit.
• Wanneer u de hoofdsteun gebruikt, zorg dan dat deze het gezicht van het
kind NIET volledig bedekt, en controleer uw kind regelmatig. Zorg ervoor dat
de opening groot genoeg is om lucht door te laten.
• Zorg dat de vingers van uw kind niet vast komen te zitten in een gesp of
opening, omdat het kind daardoor letsel kan oplopen. Maak de riempjes
altijd correct vast wanneer u de babydraagzak niet gebruikt.
• Houd de babydraagzak uit de buurt van kinderen wanneer u hem
niet gebruikt.
• Zorg er voor elk gebruik voor dat u alle gespen, sluitingen, riempjes en
schouderriemen correct hebt aangebracht en gesloten. Controleer de
babydraagzak regelmatig op tekenen van slijtage en defecten. Gebruik
een babydraagzak nooit wanneer deze op enigerlei wijze is beschadigd.
Controleer voor elk gebruik op gescheurde naden, kapotte riempjes of
stof en beschadigde klittenband. Controleer bij gebruik van de draagzak
regelmatig de riempjes en gespen om ervoor te zorgen dat ze voldoende
aangespannen zijn en goed zitten.
• Het is niet raadzaam om de draagpositie aan te passen terwijl uw kind nog
in de draagzak zit. Haal het kind uit de draagzak voordat u de draagpositie
van de draagzak verandert.
• Kies voor een veilige omgeving voor het om- of afdoen van de drager, het
liefst in de buurt van een plek waar het kind veilig kan neerkomen.
• Bij kleinere kinderen of volwassenen met een korte romp is het raadzaam
om de heupriem hoger op het lichaam te dragen, zodat de drager het
hoofdje van het kind nog zou kunnen kussen wanneer deze het kind op de
buik draagt. We raden personen met een lange romp aan om de heupriem
hoger, ter hoogte van de navel te dragen.
• De Babydraagzak mag niet worden gebruikt tenzij en totdat de drager de
instructies en veiligheidsaspecten begrijpt en zich vertrouwd en comfortabel
voelt met het gebruik van de Babydraagzak.
• Deze Babydraagzak is uitsluitend bestemd voor gebruik door gezonde
volwassenen.
• De Babydraagzak mag niet worden gebruikt door personen met
gezondheidsproblemen die het veilig gebruik van het product kunnen
belemmeren.
• Indien de persoon die de Babydraagzak gebruikt schouder-, rug- of
nekproblemen krijgt, dient hij het gebruik stop te zetten en een arts te
raadplegen.
• Stop enige tijd met het gebruik van de draagzak wanneer het kind tijdens
het dragen tekenen van ongemak vertoont. U kunt de draagzak weer gaan
gebruiken wanneer het kind deze tekenen niet meer vertoont.
• Houd het comfort van het kind altijd in de gaten en let ook altijd op
temperatuursveranderingen.
• De verwijzingen naar leeftijden in maanden zijn slechts algemene richtlijnen,
want ieder kind ontwikkelt zich anders.
• Controleer of uw kind aan de specieke gebruiksvereisten voldoet.
Indien nodig kunt u voor verdere hulp contact opnemen met een
vertegenwoordiger van de klantenservice.
Ga voor een instructievideo en extra tips naar:
www.babytula.com/pages/product-instructions (alleen in het Engels).
WAARSCHUWING | NL