193
RTSP-poort: De standaardpoort voor de RTSP-overdracht is 554. Als zich meerdere
IP-camera's in een subnet bevinden, moet elke camera een eigen,
unieke RTSP-poort krijgen.
HTTPS-poort: De standaardpoort voor de HTTPS-overdracht is 443. Als zich
meerdere IP-camera's in een subnet bevinden, moet elke camera een
eigen, unieke HTTPS-poort krijgen.
Serverpoort: De standaardpoort is 8000. Als er zich meerdere IP-camera's in een
subnet bevinden, moet elke camera een eigen, unieke serverpoort
krijgen.
Als er via routers toegang moet worden verkregen tot de camera (bijvoorbeeld vanuit
het internet op het lokale netwerk), moeten poortdoorsturingen voor de HTTP-, RTSP-
en serverpoort in de router worden ingesteld. Als ook HTTPS gebruikt blijft worden,
moet eveneens een port-forwarding voor de HTTPS-poort worden uitgevoerd.
7.4.3.5 NAT
UPnP activeren: Activeren of deactiveren van de UPnP-functie. Bij geactiveerde
UPnP-functie kan de netwerkcamera op de Windows-
netwerkpagina worden gevonden.
UPnP-naam: Toewijzen van een UPnP-naam waarmee de camera in het
netwerk via UPnP verschijnt.
Port Mapping activeren: De functie NAT (Network Address Translation) resp. port mapping
zorgt in de router automatisch voor port-forwardings voor toegang
vanuit internet tot de camera (indien door de router ondersteund).
Mapping type: Auto: Automatische toewijzing van alle poorten
Handmatig: Handmatige toewijzing van alle poorten