18
5. Temperatuur instelle, omhoog of omlaag .
Als de airconditioner AAN staat, toont de display de omgevingstemperatuur en
branden de lampjes voor de gekozen werkstand, ventilatorsnelheid en timer.
Druk op knop of om te zien welke temperatuur is ingesteld. En druk
nogmaals één of meer keren op de knop of om een andere temperatuur
in te stellen – tussen 17 °C en 32 °C – (1 °C per knopdruk). Na enkele seconden
verschijnt de omgevingstemperatuur..
De waarschuwingslampjes
en COMP
Als de waterbak vol is, schakelt het apparaat automatisch uit en knippert het
waarschuwingslampje om aan te geven dat u de waterbak moet legen.
Terwijl de airconditioner koelt, licht het compressorlampje
COMP op. Als dit lampje
uit is, is er op dat moment verder geen koeling nodig of is de compressor zijn
koelspiralen aan het ontdooien. De ventilator kan nog steeds functioneren.
Afstandsbediening
De airconditioner reageert op alle signalen die de afstandsbediening
verzendt. Plaats twee AAA-batterijen in de afstandsbediening. Richt de
afstandsbediening op het bedieningspaneel van de airconditioner en druk
op de gewenste knop. Het rode lampje op de afstandsbediening knippert
als u op een knop drukt.
NB: U kunt de uitblaasrichting van de lucht niet regelen met de
afstandsbediening.
Luchtstroom
Met de draaiknop op de voorkant van het uitblaasrooster regelt
u de richting van de luchtstroom van links naar rechts.
Door het gehele uitblaasrooster om zijn horizontale as te
draaien regelt u de richting van de luchtstroom van boven naar
beneden.
Belangrijk:
• De compressor start circa 3 minuten na het inschakelen van de airconditioner
(dit verlengt de levensduur van de compressor). Wacht na het uitschakelen van
de airconditioner minimaal 3 minuten voordat u hem opnieuw inschakelt.
• De koeling werkt niet als de kamertemperatuur lager is dan de ingestelde
temperatuur. De ventilator blijft echter wel op de ingestelde stand werken. Als de
omgevingstemperatuur hoger wordt dan de ingestelde temperatuur, wordt het
koelen hervat.
NL