4. Bediening
4.2 Wijzigen van de
gasveerkracht
De kracht waarmee het rugdeel van
de spiraalbodem wordt op- en
neerbewogen is instelbaar. Er zijn
drie mogelijkheden:
1. licht (bovenste gat): kiest u de
instelling ‘licht’, dan is het rugdeel
extra makkelijk vlak te duwen.
2. normaal (middelste gat):
standaardinstelling.
3. zwaar (onderste gat): kiest u de
positie ‘zwaar’, dan komt het
rugdeel extra krachtig omhoog.
Instellen van de veerkracht
1. Zet het rugdeel voor de helft
omhoog.
2. Draai de kunststof kartelmoer los
(zie fig. 4).
3. Pas op: ondersteun het rugdeel
en haal de verbindingspen eruit
(let op het kunststof lagerbusje in
het oog van de gasveer).
4. Plaats het oog van de gasveer
op de gewenste positie. Het
bovenste gat, richting netwerk
geeft de lichtste verstelling.
5. Druk de verbindingspen door de
hefarm en het oog van de
gasveer (let op het kunststof
lagerbusje in het oog van de
gasveer).
6. Draai de kunststof kartelmoer
vast (zie fig. 5).
4.3 Verplaatsen van de
bedieningsbol
De bedieningsbol van uw spiraal-
bodem zit aan de rechterzijde, maar
is eenvoudig naar de linkerzijde te
verplaatsen.
1. Haal de knoop A uit het koord B
en verwijder de bol C (zie fig. 6).
NL 6
fig. 4
fig. 5